zaterdag 30 maart 2013

Penisnijd en castratie-angst


Kijk, dit wordt een blog van hoog psycho-analytisch niveau. Ik begin in de titel al met Freud te smijten. Nou ben ik niet zo heel erg thuis in de theorieën van Sigmund Freud, maar deze twee uit de titel en het Oedipuscomplex ken ik toevallig wel. Op de PABO heb ik ook een blauwe maandag ontwikkelingspsychologie moeten bestuderen. Dat was  nooit zo aan mij besteed, maar er is blijkbaar nog wel iets van blijven hangen. Ik weet zelfs de inhoud van deze theorieën nog, nou heeft dat waarschijnlijk meer te maken met de namen die Freud van deze theorieën heeft gehangen.

Even voor de leken onder mijn lezers; het Oedipuscomplex is de aantrekkingskracht die een kind voelt voor de ouder van het andere geslacht, dus een zoon ten opzichte van zijn moeder en zodoende zijn vader als concurrent ziet. Penisnijd is de term die Freud hanteert voor het moment waarop meisjes erachter komen, dat zij geen piemeltje hebben en bij castratie-angst is het omgekeerde het geval, als jongetjes ontdekken dat meisjes geen piemeltjes hebben en angstig worden dat hen dat ook kan overkomen omdat het waarschijnlijk een straf is en dat daarom de geslachtsdelen bij meisjes zijn verwijderd. Kunt u mij nog volgen? Mocht dat na enige malen herlezen niet het geval zijn, geen paniek, dat hebben meer mensen bij het lezen van Freud. Er is dus niets mis met u, maar wijlen Sigmund was een ingewikkelde figuur.

Maar goed, wij hadden hier dus van de week een gevalletje van castratie-angst. Het ging als volgt. Zoals bij iedereen met kinderen thuis bestaat de ochtend hier uit een aantal vaste rituelen. Aankleden, wassen, eten, haartjes kammen, etcetera. Dat gaat hier al jaren op dezelfde manier, iedereen moet hier aangekleed naar beneden, ik heb een hekel aan pyjamaparty’s als we nog naar school moeten, vervolgens wordt er gegeten en terwijl het spul aan het ontbijt zit doe ik bij iedereen de haartjes, omdat ze dan tenminste stil zitten. Nou ja, vergeleken bij de rest van hun activiteiten, zitten ze aan tafel min of meer stil. Blijkbaar begin ik mijn kappersactiviteiten altijd bij Yfke en smeer vervolgens een lik gel in de kuifjes van de mannen. Ik heb eigenlijk nooit zo bij deze volgorde stilgestaan, maar Christoph dus wel, want afgelopen vrijdag maakte hij hier een opmerking over.

'Mama, ik wil ook een meisje zijn,’ zegt hij terwijl ik gel in zijn haar smeer. Arjen spitst ook gelijk zijn oren, want nu kon het weleens interessant gaan worden.

Ik doe net of dit heel normaal is en informeer naar de reden: ‘o ja, waarom wil jij een meisje zijn?’ ‘Nou, meisjes mogen altijd eerst met hun haar en dan doe jij pas de jongens.’ Dit is een juiste observatie, als ik erover nadenk klopt dat, ik doe altijd eerst het haar van Yfke en dan dat van de broers. Maar dat is puur om de praktische reden, dat ik eerst haar haartjes kam en vastzet en daarna pas met gel bij de mannen aan de slag ga, dan kan ik daarna mijn handen wassen. Pure moederlogica, andersom is niet handig.

Maar ik bespeur bij Chris een dieper liggend probleem. Hij is niet content met het feit dat hij niet als eerst aan de beurt is. Dat merk ik wel vaker bij hem en daar zit ook wel iets in. Hij is nummer twee in de kinderrij hier. Zijn oudste broer doet alles voor het eerst, zijn kleine zus is de schattige laatste. Christoph heeft moeite met zijn plaats als middelste kind in dit gezin. Hij denkt nu de oplossing te hebben, door maar te wensen dat hij een meisje is, dan doe ik tenminste zijn of in dat geval ‘haar’ haartjes eerst.

Gelukkig hoef ik niet eens na te denken over hoe ik hem nu weer ga uitleggen dat hij niet zomaar een meisje kan worden, want Arjen is me al voor. ‘Chris als jij een meisje wordt dan moet je piemeltje eraf.’ Arjen is zelfs niet te beroerd om te vertellen hoe we dat dan het beste kunnen doen. ‘Gewoon met een schaar, want jij hebt nog maar een kleintje.’

En daar komt Freud om de hoek, de castratie-angst slaat bij Christoph onmiddellijk toe. Dat lijkt hem helemaal geen goed plan, met die schaar. ‘Nee joh Arjen, dat doet pijn en dan kan ik niet meer plassen!’ ‘Nou dan kun jij ook geen meisje worden,’ reageert Arjen en gaat weer verder met zijn beschuit.

Zo dat is ook weer opgelost, ik heb geen Freud of andere psychologen nodig, hier werken wij via de door Arjen beproefde shockeermethode, gewoon met de botte bijl eroverheen. Maar niet over dat piemeltje dus, geen botte bijl en ook geen schaar! Christoph blijft gewoon een jongetje.

donderdag 21 februari 2013

Een konijn voor mama


Mijn zoons hebben zojuist een donderpreek gehad en staan nu boven onder de douche te overleggen, hoe moeten ze het weer goed moeten maken met mij.

Vandaag kom je na een dag hard werken thuis en wil je eigenlijk even gezellig aan tafel zitten en lekker eten met je gezin. Maar dat is van hier vandaag niet aan de orde, er is zelfs helemaal geen orde, eerder wanorde. Mijn zoons en dochter zitten aan tafel te mopperen. Yfke doet dat luidkeels, krijst alles bij elkaar om een ons onduidelijke reden en de mannen zitten met hun eten te spelen, nadat ze eerst hun ananas en kroepoek hebben opgegeten. Nu zijn ze druk doende om hun witte rijst over hun bord te schuiven en naar elkaar te roepen. Dat is overigens volkomen onnodig, want ze zitten op krap 80 centimeter afstand van elkaar. Misschien ligt het aan mij, maar ik kan dit nu niet hebben, heb hier helemaal geen zin in en heb hen ondertussen meerdere malen aangemoedigd om recht te gaan zitten en te gaan eten.

Het was een grote tegenvaller voor hen vanavond, we aten nasi in plaats van de op donderdag gebruikelijke patatjes. Ze zijn hier behoorlijk goed geconditioneerd en rekenen op donderdag eigenlijk standaard op patat. Maar ja, omdat ik nog geen tijd had gehad om de vieze frietpan onder handen te nemen, had ik nasi gekookt. In hun geval betekent dat dan witte rijst, omdat ze consequent weigeren om nasi te eten. Een flinke tegenvaller dus voor de heren en dame, die ook haar zinnen op tatas met naise had gezet.

Maar goed, ik naderde dus mijn kookpunt en nadat Christoph zijn witte rijst over de tafel uitspuugt ben ik het meer dan zat. ‘Weet je wat jullie doen? Zoek maar een andere moeder, die wel altijd kookt wat jullie lekker vinden en ga daar maar wonen, dan zoek ik wel kindertjes die wel blij en tevreden opeten wat ik voor ze kook!’ Misschien pedagogisch niet helemaal verantwoord, maar jammer dan. ‘En nu naar boven, douchen, pyjama aan en in bed!’ ‘Krijgen we geen toetje?’ probeert er nog een.

Tss, wat denkt ie zelf, wegwezen met zijn tweeen! Arjen begrijpt de ernst van de situatie en sluipt met de staart tussen de benen naar boven (bij wijze van spreken dan). Christoph die nergens de ernst van in ziet, schiet achter hem aan.

Als ik een paar minuten later achter ze aan naar boven loop, hoor ik ze overleggen onder de douche, Arjen denkt hardop: ‘Zou mama echt weggaan?’ ‘Nee, dat wil ik niet hoor.’ Christoph antwoordt iets, ik versta het niet. Arjen weer: ‘Nee want als ze 15 jaar getrouwd is, zouden we naar Disney gaan en dat is al bijna, want ze is bijna 11 jaar getrouwd.’ (Dit plan is ooit eens geopperd, maar inmiddels al lang weer van de baan, maar dat weten zij niet, dat doen we vast nog wel eens, maar niet met ons 15 jarig huwelijk)  

‘Ik wil wel naar Disney, ’ zucht hij.  ‘Ik ook,’ hoor ik Chris zeggen.

‘We moeten, denk ik, echt iets leuks doen voor mama, een cadeau kopen ofzo’, stelt Arjen voor. ‘Ja of een tekening maken,’ denkt Christoph. ‘Nee, geen tekening, die heeft ze al genoeg, we moeten echt iets moois kopen als ze 15 jaar getrouwd is. Dan gaan we sparen en dan geef jij mij al jouw geld en dan ga ik naar de stad, want dan ben ik 11 en dan mag ik vast wel alleen naar de stad. Maar jij bent dan pas 9, dus dan mag jij nog niet alleen de Beatrixlaan over (dat heeft Arjen goed gezien), dus ik ga alleen en dan koop ik van ons geld het allermooiste cadeau wat er is voor mama.’

Christoph komt al met suggesties, ik spits mijn oren, want ik ben uiteraard heel benieuwd wat dat allermooiste cadeau dan volgens hen wel niet is. Christoph blijkt mij al aardig goed in te kunnen schatten: ‘Dan moet jij een boek kopen voor mama, of een mooie ketting.’ Keurig Christoph, jij kent je moeder goed. Maar Arjen is het er niet mee eens en wijst al deze fantastische ideeen van de hand. ‘Nee, het moet echt een heel duur cadeau zijn, we kopen een konijn voor mama.’

Ik sta verbijsterd op de overloop met de wasmand in mijn handen. Een konijn? Hoe is hij daar nou opgekomen? Wat moet ik daar nou mee? Ik heb echt niets met konijnen, nooit gehad en dat zal waarschijnlijk ook niet meer komen, ik vind ze zelfs niet eens lekker. Geen Flappie voor mij met de kerstdagen. Op de een of andere manier moet ik er toch voor zorgen dat Arjen iets meer gaat luisteren naar de ingevingen van zijn kleine broertje. Want een konijn voor mijn 15 jarig huwelijk lijkt mij niet zo’n leuk cadeau, ik heb nog 4,5 jaar om hem op andere gedachten te brengen en te zorgen dat Christophs mening wat meer gewicht in de schaal legt.

O ja en ik moet ze ook nog vertellen dat we niet naar Disney gaan…dat doen ze maar een keer met Ome Remco.

vrijdag 1 februari 2013

Als ik kon vliegen dan vloog ik naar jou.


Deze poëtische zin ontsproot daarstraks aan het brein van mijn oudste zoon en deed zijn vader jaloers opkijken.

Vanmorgen zitten wij met zijn allen aan tafel. Alhoewel zitten, het lijkt er op, ik loop heen en weer tussen keuken en eettafel, Christoph hangt zoals gebruikelijk scheef op een stoel en schuift zijn brood naar binnen. Yfke zit, als de koningin die ze is, aan het hoofd van de tafel en houdt alles in de gaten, Frank is ook aangekleed en al aangeschoven en probeert te onthouden dat ie vanmorgen naar de tandarts moet en Arjen zit te schrijven en te eten tegelijk.

Inderdaad te schrijven, want hij toen hij beneden kwam lag daar nog het vriendenboekje van een van de meisjes uit zijn klas en als Arjen ergens een hekel aan heeft, dan is dat werk dat blijft liggen. (Dat heeft ie van zijn moeder, ik kan ook niet zitten, als ik nog rommel of strijkgoed of wat dan ook zie). Hoe dan ook, Arjen vond dus dat het boekje nog ingevuld moest worden voordat we naar school zouden gaan. Hij heeft er een mooie pen voor opgezocht en zit nu heel nauwkeurig al de vragen in te vullen.

U kent dat wel, die vriendenboekjes: wat is je naam, waar woon je, wat is je liefste wens, wat lust je graag, etc. Ik heb er in mijn basisschoolcarriere al de nodige ingevuld. Na de overstap naar het voortgezet onderwijs dacht ik er van af te zijn, maar toen kwam Arjen met de regelmaat van de klok met deze boekjes thuis. Al bij de kleuters blijkt dat een populair gebruik te zijn. Terwijl ik dan denk ‘die kinderen kunnen helemaal nog niet lezen, laat staan de meeste van die vragen begrijpen, maar goed als moeder vul je dan braaf al die boekjes in, want schrijven kan groep ½ evenmin.

Maar nu zit Arjen in groep 3 en kan hij heel goed zelf lezen en schrijven, dus hij mag al die boekjes lekker zelf invullen. Je zou denken dat we ondertussen ook de meeste klasgenootjes al hebben gehad, maar sommigen beginnen vrolijk aan een tweede boekje en dan mag iedereen dus weer opnieuw. Da’s misschien eigenlijk ook best leuk, dan kun je vergelijken wat er verandert en gelijk blijft.

Druk met eten, lezen en schrijven zit Arjen over het boekje gebogen. Wie wonen er allemaal bij jou in huis, wat wil je later worden, waar zou je met de hele klas naar toe willen? Frank kijkt over zijn schouder mee en constateert, dat Arjen alles precies zo opschrijft als je het zegt en her en der de S verkeerd om schrijft. Het ziet er allemaal heel schattig uit. Arjen doet er echt zijn best op. En dan komt de volgende vraag: ‘Als ik kon vliegen, dan…..’ Ik neem aan dat de meeste kinderen een of andere tropische bestemming zouden invullen of anders Disneyland ofzo, maar zo niet onze zoon. In onze zoon blijkt een romanticus te schuilen, want zonder blikken of blozen, noteert het ventje: ‘Als ik kon vliegen, dan vloog ik naar jou.’

Dat is toch een zin die je zo in een of ander liefdeslied kan aantreffen! Frank die nog steeds meeleest is er behoorlijk van onder de indruk. ‘Zo Arjen, als jij zo doorgaat, dan moeten we hier straks dranghekken voor de deur gaan plaatsen. Dan loopt het storm met al die jongedames die zich hier voor jouw voeten komen werpen.' ‘Die zin had ik vroeger wel willen gebruiken!’ Als ik de verhalen van ‘vroeger’ een beetje mag geloven was de vader van het jongetje zelf ook een graag geziene gast bij het vrouwelijk schoon, dus waarschijnlijk had hij dergelijke zinnen ook wel paraat. Casanova schijnt een kleintje te zijn geweest vergeleken bij Frank. (Jammer dat je, als de buit eenmaal binnen is, daar weinig meer van merkt…).

Het gaat echter allemaal aan Arjen voorbij, dat hij hier blijk geeft van grote literaire kwaliteiten, heeft hij niet door. Het maakt namelijk ook helemaal niet uit. Het kan hem niets schelen als er allemaal meisjes hier voor de deur staan. Hij weet toch al dat ie met Naomi gaat trouwen, dus…

Maar goed, we hebben nog een zoon, misschien zit er iets voor hem tussen…

vrijdag 25 januari 2013

Echt ongerijmd!


Sinds een maand of vier zit Christoph ook op school, zijn vader en ik zijn heel benieuwd of juf Wil hem beter afgericht krijgt dan wij, want het lijkt soms onbegonnen werk. Voorlopig lijkt dat goed te lukken, want we hebben tot op heden nog geen klachten gehad.

Maar goed, to the point, in vier maanden tijd is mijn kleine kereltje opeens een hele vent geworden. Hij houdt er inmiddels net als Arjen een heel sociaal netwerk op na, hij gaat zo af en toe eens uit spelen, maar vooral gaat zijn ontwikkeling ongemerkt met sprongen vooruit.
                 
In tegenstelling tot zijn grote broer vond Chris de peuterspeelzaal een plek om te spelen. Het woord zegt het ook eigenlijk al, peuterspeelzaal, maar goed, wij waren gewend aan de instelling van Arjen. Die is leergierig tot en met en zag de peuterspeelzaal echt als zijn eerste stap in het maatschappelijke leven. Chris dus niet, die speelde en vond alles prima. Het had wat hem betreft ook nog wel wat langer gemogen, maar nu hij op school zit is dat opeens toch ook wel interessant.

Opeens begint er nu een cognitieve concurrentiestrijd tussen de twee broers. (Die fysieke strijd was een poosje eerder al beslist in het voordeel van Christoph, want die kon Arjen niet de baas met woorden en gebruikte dus andere middelen om zijn gelijk te halen.)

Arjen heeft het voordeel van het ‘oudstebroerzijn’, hij kan alles al, weet alles al, en is ook voor ons als ouders steeds degene die als eerst een bepaalde ontwikkeling meemaakt. Wat voor Chris nieuw is, is voor ons drietjes gesneden koek en Arjen is uiteraard niet te beroerd om dat aan zijn broertje te laten voelen. Maar die laat zich ook niet uit het veld slaan. Als Arjen een woord leert (groep 3), dan heeft Chris er drie geleerd, en als Arjen ‘bus’sommen heeft gemaakt, dan heeft Christoph ‘trein’sommen gemaakt. Je moet ze eens horen als wij naar huis fietsen.
 
Ik roep naar Arjen die voor mij fietst: ‘En Arjen nog een nieuw woord geleerd vandaag?’ ‘Ja’, buik, roept hij achterom kijkend naar ons. Nog voordat Arjen en ik hierover uit gesproken zijn moet Chris zich ook in het gesprek mengen: ‘Ik heb ook een woord geleerd.’ ‘Niet waar, bij Juf Wil leer je geen woorden,’ roept Arjen achterom, ‘toch mama?’ Ja, ik weet ook wel, dat Chris geen ‘echte’ woorden leert schrijven zoals Arjen, maar het is ook zo wat om zijn kleuterschoolactiviteiten gelijk te bagatelliseren, dus als ik informeer, wat hij heeft geleerd luidt het antwoord: ‘bloempot, zeehond en knakworst.’ Arjen staat gelijk op zijn achterste benen, want dat kan echt niet en dat heeft hij nooit geleerd en hij kan het weten want hij heeft 2 jaar al bij juf Wil gezeten, toch mama?

Deze strijd herhaalt zich dus geregeld. Chris wil niet onderdoen voor Arjen en verzint er dus gewoon een aantal leerprestaties bij.

Nu denk ik ook inderdaad niet dat hij bloempot, zeehond en knakworst heeft leren schrijven bij juf Wil, maar hij krijgt wel oog voor letters en gevoel voor klanken. Bepaalde letters herkent hij (de M van MacDonalds, die is erg belangrijk) en bovenal begint hij met rijmen. VIS PIS, en STOEP POEP, zijn natuurlijk favorieten, of wat te denken van Yfke de Pyfke en Arjen de Parjen, hij rijmt wat af. En dat gaat best goed. Maar na vanmiddag begin ik toch een beetje te twijfelen aan de studievoortgang van onze middelste.

We zitten met zijn drietjes op de bank en ik lees Yfke en Christoph voor uit een boekje over Donald Duck die het aan de stok heeft met de kleptomane eekhoorntjes Knabbel en Babbel. De beestjes hebben de boot van Donald gestolen in een poging om eikeltjes te gaan zoeken aan de overkant van het meertje. Leuk verhaaltje…maar goed. Ik zit dus voor te lezen als plotseling Christoph mij onderbreekt: ‘He mama, dat rijmt!’ Ik wil hem al gaan prijzen, want het ligt natuurlijk nogal voor de hand dat hij de rijmmelarij rondom Knabbel en Babbel heeft ontdekt. ‘Ja heel knap hoor Chris dat rijmt. Goed gehoord van jou!’

‘Ja mama, luister maar goed,’ hij stelt zich recht tegenover mij op en steekt heel schoolmeesterachtig zijn vingertje in mijn richting en dan proclameert hij: ‘Knabbel…en ik verwacht Babbel te horen, dus ik doe mijn mond al open om met hem mee te doen, maar dan klinkt er op eens iets heel anders: Knabbel (hij wacht even om de spanning op te bouwen en dan komt het….Vuurwerk.

Ik schiet in de lach, vooral om het eigenwijze smoeltje dat hij erbij trekt. Het woord vuurwerk komt in de hele tekst niet voor, laat staan dat het rijmt. Dus misschien toch maar vast aanmelden voor remedial teaching, je kunt er tegenwoordig niet vroeg genoeg bij zijn…

 

maandag 31 december 2012

Oud en Nieuw - zoon en puzzelstukjes kwijt


Onze kleine jongen wordt groot, het is alleen jammer dat we er op deze manier achter moesten komen. Hij is vanmorgen helemaal alleen naar het winkelcentrum gelopen en weer terug en het winkelcentrum is nou niet bepaald hier om de hoek. Frank en ik hebben even toch een heel benauwd uur gehad vanmorgen.

Wat was het geval: Ik moest vanmorgen vroeg op pad voor boodschappen. Ik had nogal wat nodig, dus ik moest met de auto. Frank wilde om 10.00 met zijn zus even op visite bij zijn dementerende tante in Hank en daarvoor nog even langs de dokter vanwege oorontsteking, ik moest dus een beetje opschieten met de boodschappen. Omdat ik niet wist hoe laat Frank bij de dokter terecht kon en hij daar op de fiets heen moest zou ik de jongste twee meenemen. Arjen kon eventueel wel mee naar de dokter, daar heb je geen last van. 

Zodoende zat ik om 8.30 met twee kinderen in de auto richting Nettorama. Christoph zat zijn zus ontzettend te treiteren en ik dreigde hem naar huis te brengen, hij ging uiteraard gewoon door, dus al voor we het dorp uit waren heb ik dat dreigement omgezet in daden en de auto op de kruising rondgegooid en het joch bij zijn vader afgeleverd. Ik weer naar de netto.

Ondertussen was Frank thuis eindelijk door de telefoonbarriere van de doktersassistente gekomen en hij mocht direct even langskomen. De dokter kent Frank en zijn linkeroor erg goed, dat is dus nooit loos alarm. Frank hijst de mannetjes in hun jassen en zet de fietsen klaar om te vertrekken. Christoph gaat zonder mokken mee, maar Arjen heeft er niet veel zin in. Hij is dagen bezig met een puzzel van 1000 stukjes en gisterenavond hebben Frank en ik samen met hem de puzzel bijna afgekregen en nu naderen we het eind. Hij wil dus heel graag verder puzzelen. Maar Frank wil niet dat ie alleen thuis blijft, dus hij moet mee. Met tegenzin trekt hij jas en schoenen en aan en loopt mokkend richting fietsje. Die zit op slot, dus Frank weer naar binnen om de sleutels te pakken…hij komt weer buiten en weg Arjen. Maar dan ook echt weg! Nergens meer te vinden. Frank zet Chris op de fiets en rijdt door het dorp, gaat het vragen bij zijn vriendinnetje een paar huizen verder. Geen Arjen.

Op dat moment kom ik thuis met de boodschappen, Frank is ondertussen in alle staten, we laden de boodschappen uit en ik neem Christoph van hem over en Frank gaat richting dokter. Nu ben ik dus op zoek naar Arjen en als ik mijn zoon een beetje ken (en dat doe ik bij deze wel, bij Christoph is dat beduidend minder) zou het me niets verbazen als hij daadwerkelijk naar de winkels is gelopen is. Dat is zo’n 20 minuten lopen voor een volwassene. Ik ruim de boodschappen op, nog niet echt in paniek en hijs vervolgens Yfke en Chris in hun jasjes en zet ze op de fiets. Het grote zoeken is begonnen en ik fiets het dorp uit, langs de scholen (hij zal toch niet helemaal naar de winkels gelopen zijn?), terug naar het voetbalveld, door alle steegjes in Dalem, maar nergens.

Ik ga aanbellen bij vriendjes, daar is ie niet, ik zie een buurvrouw op de fiets thuiskomen met een tasje van de bakker, heeft zij hem misschien gezien, ook niet. Misschien is ie inmiddels thuis, weer even langs de buurvrouw, nee nog niet gezien. Ik fiets weer verder en maar roepen: ‘Arjen’. Ik vraag het aan de grote knullen die vuurwerk staan af te schieten op het pleintje, ze hebben hem niet gezien, maar beloven hem naar huis te sturen. Ik besluit nu maar de route door de nieuwbouw te nemen en weer richting winkels te gaan. Maar hij zal toch niet echt die drukke weg overgestoken zijn, hoe vaak waarschuw ik daar niet voor, ze rijden daar makkelijk 80!

Ondertussen zijn we 3 kwartier verder en fiets ik voor de tweede keer het dorp uit. Ik zie hem nog steeds nergens en ga dan maar echt richting winkelcentrum, maar daar zie ik hem, halverwege het fietspad richting Dalem in zijn grijze jasje met zijn handen in zijn zakken.

Zo gauw hij mij ziet begint ie al huilend te rennen: ‘mama, ik was helemaal naar de netto gelopen en ik heb bij alle auto’s gekeken of jij er was, maar onze auto stond er niet, toen ben ik maar weer terug gegaan en overal was geknal en vuurwerk en ze gooiden het allemaal naar mij’… dikke tranen, groot verdriet. Maar ik ben tegelijk boos en opgelucht. Boos omdat ie niet geluisterd heeft naar Frank en zijn eigen plan heeft getrokken door weg te lopen. Opgelucht omdat ie de weg zo goed weet en weer terug is.

Ik besluit dat Frank straf mag uitdelen, want dat is degene wiens gezag ondermijnd is. Maar een flinke preek geven kan ik wel. Ik laat het ventje wel even duidelijk merken dat dit absoluut niet kan en som alle mogelijke gevaren en gevolgen even op. Laat dat duidelijk zijn! ‘En je moet sorry zeggen tegen papa.’ Maar dat durft ie niet, zodra Frank thuiskomt van de dokter wil ie zich verstoppen achter een stoel. Helaas voor hem gaat dat feest niet door. Hij zal zijn vader onder ogen moeten komen.

Ik geloof dat de boodschap wel over is gekomen, poeslief gaat ie verder aan zijn puzzel. Als Frank later dan gepland, op weg is naar zijn tante vraag ie met een klein stemmetje of ik aan niemand wil vertellen dat ie is weggelopen, hij schaamt zich behoorlijk voor deze actie. Dat zal ik dus ook niet doen. (maar hij heeft niets gezegd over opschrijven.)

Pfff, moeder zijn lijkt wel met het jaar lastiger te worden. Ondertussen puzzelt mijn zoon door, en wat is nou het ergste, er zijn nog twee stukjes kwijt ook, kan ie hem nog niet eens afmaken. Wij gaan 2012 al zoekend uit…

Toch evolutie?


Ik ben een overtuigd christen en geloof dat God hemel en aarde heeft gemaakt, met andere woorden je zou mij een creationist kunnen noemen. Jaarlijks komt in mijn lessen over de prehysterie de discussie tussen mij en mijn leerlingen op gang over het ontstaan van de aarde en ‘al wat daarin is’. En ieder jaar weerleg ik hun argumenten en verwijs ik ze vervolgens naar de docent godsdienst, omdat dergelijke discussies een deur verder gevoerd moeten worden. (mijn lokaal is naast dat van godsdienst). Bij geschiedenis kijken we naar de feiten en gaan we niet eindeloos bakkeleien over evolutie of creationisme.

Maar na vandaag vraag ik me af of ik mijn mening bij moet stellen. Zou de evolutie dan toch?

Met zoons, dochter, oma en ome Remco, (let op Frank is niet mee, dit is later van belang) was ik vandaag in Ouwehands Dierenpark (je hebt niet voor niets een abonnement). Omdat het niet de eerste keer was dat ik daar dit jaar was (alweer abonnement he?) keek in plaats van naar de dieren wat meer naar de begeleidende bordjes. En daar deed ik mijn eerste schokkende ontdekking. Ouwehand blijkt een aanhanger van de evolutietheorie, want bij het verblijf van de oerang-oetangs las ik op het bordje het een en ander over de zogenaamde ‘missing link’.
 
 
Tegen mijn leerlingen is dat altijd een van mijn argumenten om de evolutie af te wijzen, je kunt de evolutie niet geloven, want er is nog steeds een schakeltje dat mist in die lijn van aap tot neanderthaler tot mens, de zogenaamde missing link. In Ouwehand las ik wat men nog nodig heeft om het rijtje compleet te maken en daar schrok ik van. Want wat is het geval het ene schakeltje, die missing link, dat ene wat men nog mist dat ben ik!

De wetenschap heeft allerlei skeletten en reconstructies gemaakt van al onze zogenaamde voorgangers, maar mist er nog een lees ik op het bordje: een mens, waarbij de grootste teen en de opvolgende teen (de ‘wijsteen’ zo u wilt) ongeveer een centimeter ver uit elkaar staan.

En dat heb ik! Al zolang als Frank en ik samen zijn, maakt hij daar opmerkingen over. Tot die tijd was ik me niet bewust van de bijzondere stand van mijn tenen, maar inderdaad de eerste twee staan bij beide voeten nogal ver uit elkaar. Ik heb dat nooit als een probleem ervaren, eerder als handig, met teenslippers en zo. Ik kan zelfs pennen en potloden oprapen met mijn eerste twee tenen als ik geen zin heb om te bukken. Maar nu blijk ik dus de missing link te zijn. Dat ik met mijn tenen dingen kan oprapen komt, omdat ik echt afstam van de apen! Die houden van alles met hun tenen vast…

Maar dat is niet het enige wat me vandaag aan het twijfelen heeft gebracht. Bij thuiskomst word ik voor de tweede keer aan het twijfelen gebracht. Als ik met drie kinderen voor de deur sta en ik er niet in kan.

Frank (die dus niet mee was ivm een voetbaltoernooi), heeft ons huis goed afgesloten en de voordeur van binnenuit op slot gedaan en de sleutel in het slot laten zitten. Dat is op zich het probleem nog niet, hooguit wat lastig, omdat ik nu met drie vermoeide dreinende kinderen om moet lopen. Dus ik loop om naar de achterkant en wil via de poort naar binnen. Ook op slot! En daar heb ik geen sleutel van, die heeft Frank natuurlijk meegenomen naar Arkel. Ik kan met geen mogelijkheid over onze poort klimmen, want wij hebben een nogal hoge schuur staan, inbreker bestendig, met een afgesloten poort erin. Nu heb ik dus wel een probleem. Ik zal via de tuin van de buren over de schutting moeten gaan klimmen.

Met de drie dreiners loop ik weer naar de voorkant. Ik kan moeilijk zo bij de buren de tuin in lopen, dus ga ik me bij de voordeur melden. De buurvrouw begrijpt het probleem en laat mij via haar huis haar achtertuin in. (in het voorbijgaan feliciteer ik nog even de buurman, die is jarig vandaag).

En dan is het zoeken naar een goede plek om te klimmen. Hier komen voor de tweede keer de genen van mijn voorouders om de hoek. In notime heb ik een prima plek gevonden om over de schutting te klimmen. Via een stapeltje tegels aan de kant van de buren stap ik op de anderhalve meter hoge schutting. Vervolgens hou ik me vast aan het dak van hun schuurtje en stap met een been op de pergola tussen onze tuinen. Ik mag blij zijn dat het winter is, want  ’s zomers was ik hier nooit tussen alle begroeiing door gekomen.

Ik zet mijn been op onze waterton en hijs mijn andere been ook over de pergola. Dit klinkt nu als een enorme onderneming, maar dat was het dus niet. Dit ging verbazingwekkend soepel! Daar heb je dus mijn tweede twijfelmoment. Ik leek echt wel een aap, binnen enkele seconden was ik van de ene tuin in de andere.

Zou ik dan toch echt mijn mening over de schepping moeten bijschaven…ik heb ook nog eens 3 apen op de wereld gezet, waarvan de oudste inmiddels ook al via de tuin van de buren volgt, ook al zonder al te veel problemen.

Nee, ik heb er nog even over nagedacht, het blijft toch echt onmogelijk dat alles is ontstaan door stom toeval. God heeft mij gewoon ‘bijzonder handig en lenig’ geschapen. Niks evolutie! Zoek maar lekker door naar die missing link, ik zal mijn voeten voortaan verstoppen, gewoon voor het geval dat….

 

Cirque du soleil - Chris kan het ook!


Tweede kerstdag 2012.

Ik zit op de bank, met een slapende dochter op schoot en aan mijn beide zijden een zoon. Ze zitten met open mond te kijken naar een voorstelling van het Cirque du soleil. SBS of een andere commerciele zender (er is steeds reclame tussendoor) zendt de voorstelling Alegria uit en aangezien de mannen behoorlijk moe zijn na de zwempartij van vandaag, is dit een mooi programma om even op de bank mee bij te komen. Maar om deze blog volledig te begrijpen eerst even terug naar vanmorgen in het zwembad.

Traditiegetrouw beginnen we 2e kerstdag in het zwembad. Het kostte dit jaar iets mee moeite dan anders om Arjen mee te krijgen, die wil namelijk al een poosje zijn zwemvleugels niet meer om en al helemaal niet nu vriend Ferre zijn diploma heeft en dus overal mag zwemmen. We zijn vorige week al begonnen met de voorbereidingen voor deze zwempartij. ‘Arjen, we gaan met de kerst weer zwemmen met Ferre he? Maar die heeft zijn diploma en jij nog niet, weet je wat dat betekent? Ja, dat weet hij wel. Hij kijkt er heel nors bij als hij ons zijn antwoord geeft: ‘ja, hij mag zonder bandjes en overal in het diepe.’ Hij slaakt een diepe zucht. Er speelt zich nu van alles af in zijn hoofd: zwemmen is leuk, Ferre is leuk, maar zwembandjes zijn niet leuk. Wat moet ie doen? Na veel gewik en geweeg besluit hij dan toch maar om mee te gaan, het alternatief was namelijk spelen bij de buurvrouw (niets ten nadele van de buurvrouw overigens).

Om tien uur staan wij voor de deur, lekker vroeg en nog niet zo druk, dachten wij. Tenminste dat was 4 jaar geleden toen we begonnen met deze traditie wel het geval. Ik denk dat we zelf schuldig zijn aan de drukte van vanmorgen, want de halve VEG de Ark troffen we aan bij het peuterbadje. Arjen heeft een enorme bof, want na enig speurwerk blijkt er geen enkele badmeester of zwemjuf te zijn die wij kennen en loopt er alleen een B-assortiment aan surveillanten rond. ‘Kom maar Arjen, je mag je bandjes af, maar blijf bij mama, papa, Niels of Sandra.’ Gelukkiger hadden we hem niet kunnen maken. Nee, maar dan de hoofdrolspeler van dit verhaal, die hangt al vanaf de eerste minuten dat we binnen zijn als een aapje aan mijn nek. Zo gauw Christoph de bodem van het bad niet meer voelt, slaat de paniek toe en slaat hij beide armen om mijn nek en laat niet meer los. Een angstig gepiep klinkt er uit zijn keel. Alleen in het peuterbadje voelt hij zich veilig. Chris is echt een gevalletje van veel geblaat en weinig wol. Hij roept van alles, maar als puntje bij paaltje komt….Chris is een watje, we hebben hem afgelopen week ook al een keer opgehaald bij oma Rousse, omdat ie zonodig moest logeren, maar toen het donker werd, verzon Chris allerlei kwaaltjes en ging uiteindelijk zo hard huilen dat ook oma er geen heil meer inzag en wij het joch konden komen halen. Hou deze kennis vast.

Maar goed terug naar het circus. Arjen zit aan mijn linkerzijde en vindt het waanzinnig knap, bij alles wat we zien noemt hij dat.

Zo is er een vrouw die door allerlei hoepels zigzagt en zichzelf zo’n beetje dubbelvouwt. ‘Zo die mevrouw is lenig, mama kan jij dat? ‘Nee jongen, da’s echt heel knap, dat kunnen mama’s spieren niet aan.’ ‘Ik wel,’ hoor ik opeens aan mijn rechterzijde. Dat is Chris. ‘Echt niet’, reageert Arjen, ‘dat is veelste moeilijk.’

Een man die met twee majorettestokjes jongleert terwijl ze in de brand staan, hij doet het vuur zelfs op zijn buik en benen. Links zegt: ‘Dat is gevaarlijk, straks steekt ie zichzelf in brand.’ En weer van rechts: ‘kan ik ook.’ Vooral het gezicht dat ie er bij trekt, alsof het de normaalste zaak van de wereld is. En zo gaat het gekissebis tussen links en rechts  nog een poosje door, het lijkt de Tweede kamer wel.

Een enorm sterke man, een trampoline act, iets met stelten, Chris kan het allemaal. Arjen is de opschepperij van zijn broer ondertussen een beetje zat, dus na een of andere bloedstollende trapeze act en Chris zijn verkondiging dat ie dat ook kan, daagt Arjen hem uit en zegt: ‘doe dan, laat maar zien. Oke, dit is dus zo’n ‘puntje bij paaltjemoment’, wat zal Chris doen? Hij kan dit natuurlijk allemaal niet, dat weet Arjen, dat weten wij en hij weet het zelf ook. Maar wat moet hij nu zeggen zonder gezichtsverlies te lijden?

Er wordt even over nagedacht, maar dan komt het: ‘Ik kan dat alleen buiten.’ ‘Nou doe het dan buiten,’ reageert Arjen die zich ook niet door een gat laat vangen. In zijn koppie wordt koortsachtig naar een antwoord gezocht waar Arjen niet omheen kan en even later heeft Christoph het gevonden: ‘Dat kan niet, want het is donker buiten en dan mag ik niet van mama!’ Zo dat heeft ie mooi opgelost, met een zelfvoldaan smoeltje zit ie op de bank.

Ons watje…