vrijdag 26 april 2013

Boter I-X-D-T-E


Afgelopen vorige week mochten collega Jantine en ik meedoen aan de selectiedagen van het ooit kamervragen-over-gestelde- nationale TV-spelletje, waar toenmalig minister-president Balkenende voor in de bres sprong, LINGO. Ooit in een maffe bui, meer dan anderhalf jaar geleden hebben wij ons eens opgegeven, gewoon omdat het op dat moment grappig was. Destijds hebben we weken op wacht gezeten bij de brievenbus uitkijkend naar een reactie, maar er kwam niets. Tot een paar weken terug, we werden vriendelijk verzocht op zaterdag 20 april naar Hilversum te komen voor een toelatingstest.

Onder het motto ‘wie A zegt moet ook B zeggen’ hebben wij braaf alle aanmeldingsformulieren ingevuld. Met daarop echt de meest vreemde vragen: noem een top 5 aan gerechten die jij goed kunt klaarmaken, heb je huisdieren, zo ja wat? Kortom we hebben ons volledige doopceel moeten lichten, maar goed, Lucille moet toch ergens met ons over kunnen praten. Bij de vraag over het leukste/gekste wat we ooit samen hebben meegemaakt, hebben we de kaasplank van collega’s Piet en Jan ingevuld, zonder enige toelichting, dus geheid dat Lucille daar naar gaat vragen. Ondertussen zij we ook onze collega’s aan het trainen, want die willen allemaal mee en moeten vanaf de tribune keihard ‘groen’ loeien.

Hoe dan ook, om een beetje voorbereid te zijn kijken we hier tegenwoordig iets vaker naar Lingo dan normaal en soms zelfs via uitzending gemist. Arjen en ik houden braaf een lijst met woordjes bij en oefenen samen voor de TV. Hij vindt het wel stoer, zijn mama bij Lingo. Dat bijhouden van die lijst met woordjes was ik overigens gauw zat. Dat moet toch makkelijker kunnen. En ja hoor, dat kan ook makkelijker, als je bij google intikt ‘lingowoorden’ resulteert dat in een enorme waslijst met woorden van 5, 6 , 7 en 8 letters en die kun je dan eventueel uit je hoofd stampen. Of niet…en dat laatste hebben wij gedaan, redelijk onvoorbereid brak 20 april aan.

Van zenuwen is geen enkele sprake, het is meer een gevoel van ‘leuk/we zien wel’, we zijn tenslotte twee redelijk taalvaardige dames…’hoe moeilijk kan het zijn/ thuis weten we de woorden altijd,’ u ziet vol zelfvertrouwen togen wij richting Hilversum.

Voorafgaand aan het Lingo avontuur, tijdens het middageten is Frank ondertussen ook in de Lingo-sfeer gekomen en is bezig met zijn welbekende flauwe grapjes. Samen met Arjen is hij alle woorden aan het spellen: ‘Mag ik de pindakaas? P-I-N-D-A-K-A-A-S.’ of ‘geef het melkpak een aan. M-E-L-K-P-A-K’.  Arjen doet ook gelijk een duit in het zakje: ‘mag ik de vis? V-I-S (staat niet eens op tafel, maar dat woord kent hij goed) en Mijn beker is leeg, B-E-E-K-E-R’ (hij zit in groep 3, hij kent die regel nog niet). Per slot van rekening moeten we mama wel steunen, er is weleens 8000 euro aan prijzengeld weggeven, vooral dat deel vindt Frank aantrekkelijk. En zo gaan de mannen voort met het spellen van alles wat ze in de kamer zien, enkel en alleen ter ondersteuning van mama.

Na enkele minuten heeft ook Christoph door waar zijn vader en broer mee bezig zijn en hij gaat ook meedoen. Hij heeft het eens even aangehoord en denkt waarschijnlijk dat hij het principe ook wel snapt en dus horen wij opeens het volgende: ‘mama, mag ik de boter? I-X-D-T-E. Heel triomfantelijk kijkt hij rond, zo dat heeft ie toch maar even mooi gezegd. Frank en ik schieten in de lach en daar wordt Chris dan weer boos om. ‘Waarom lachen jullie om mij?’ ‘Omdat jij het niet goed doet, zegt Arjen, het is B-O-O-T-E-R, toch mama.’

Ja, bijna, hoe dan ook, het is denk ik maar goed dat ik naar LINGO ga en niet mijn zonen, dan kan hun vader die enorme prijzenpot sowieso wel vergeten…

Maar dat voorbereiden, dat had geen kwaad gekund, die test was best pittig. Maar goed, we zijn door en we hebben de hele zomer om te trainen, Lucille en JP gaan eerst op vakantie en wij gaan maar woorden stampen, met de hulp die ik thuis krijg moet dat toch geen enkel probleem zijn.

maandag 8 april 2013

Wat ik je nog vertellen wilde...


Brunssum

Sorry mam, ik had geen zin om je te bellen toen we zondag eind van de middag thuis waren uit Limburg. We waren gesloopt, zowel Frank als ik, hebben de kinderen op bed geslingerd en samen gegeten. Ik geloof dat we om half negen al in bed lagen. Ik heb heel even overwogen om je te bellen rond een uur of 8, maar ik had eigenlijk helemaal geen zin om te kletsen en allerlei vragen te beantwoorden. ‘Dat komt morgen wel als ik boodschappen voor je gedaan heb.’ Je hebt geen idee hoeveel spijt ik ervan heb, dat ik niet even gebeld heb. Het had gewoon nog gekund, maar hoe moest ik nou weten dat jij de volgende ochtend een hartaanval zou krijgen?

Sorry mam, ik had je graag nog willen vertellen dat we echt een keileuk weekend hebben gehad. Vrijdag was het weer zo heerlijk dat de jongens en Yf in korte mouwen buiten in het bos aan het spelen waren. Het huis(je) van de ouders van Marielle ligt gewoon direct aan het bos, we liepen zo de hei op. Na de lange rit van hier naar Brunssum waren de jongens een ‘ietwat’ uitgelaten en gingen als wervelstormen door het huis en de tuin. Het is dat Christoph een kop kleiner is dan Arjen, anders had ik ze niet uit elkaar kunnen houden, toen ze allebei pikzwart van de bosgrond weer binnen kwamen na een speeltuinbezoek.

Dat speeltuinbezoek was al een spektakel op zich, de speeltuin lag achter een hek van anderhalve meter hoog, dus we moesten de kinderen eerst over het hek heen tillen en er zelf ook overheen klimmen. Dat ging eigenlijk prima, Esther, Marielle en ik waren soepel genoeg, maar we hadden Arjaan ook bij ons. Je voelt hem al aankomen natuurlijk, Arjaan moest ook over dat hek…dat kostte ons wat meer moeite en Arjaan zat even in een zeer benarde houding boven op het hek. Blijkt dat we door een ander weggetje te volgen we ook zonder hindernissen bij de speeltuin hadden kunnen komen. Maar ja daar kwamen we  pas achter toen we al over het hek geklommen waren.

Het is maar goed dat we vrijdagmiddag naar de speeltuin zijn geweest, want het was gelijk de laatste mooie dag, zaterdag stortte het van de regen en zondag was het ijsberenweer.

Zaterdag had Arjen de tijd van zijn leven in het zwembad, eindelijk officieel zonder bandjes en met een hele batterij grote vrienden die hem over en weer gooiden in het bad. Ze waren aan het lummelen en Arjen was de bal. Chris durfde daarentegen niet eens van het kleinste glijbaantje en had een grote medestander gevonden in Arjaan die ook het liefst vanuit het bubbelbad het zwemfestijn gadesloeg. Yfke lijkt daarentegen meer van zwemmen te houden dan je jongste kleinzoon, ze liet zich door iedereen door het water sjouwen en we konden haar rustig loslaten, dan dobberde ze vrolijk verder.

Verder was ons weekend niet echt spectaculair, gewoon wandelen, eten, spelletjes, bijbelstudie en zondag hebben we de opkomst van de plaatselijke evangelische gemeente verdubbeld, door onze komst. Ze waren zo blij dat wij er waren, dat we bijna niet meer weg kwamen.

Dit was eigenlijk min of meer wat ik je nog wilde vertellen. Maar misschien hoef ik het niet eens te vertellen en weet je het allemaal al? Of heb je geen idee? Dat gevoel herken ik wel, ik heb geen idee wat er met je is gebeurd tussen zaterdagavond en maandagmiddag. Ik weet dat je zaterdagavond een uur met ome Wil gekletst hebt aan de telefoon en ik weet dat ik je maandagmiddag om kwart over een dood heb gevonden in het toilet. Wat is er met je gebeurd mam?

Hartaanval

Wat is er met je gebeurd mam? Misschien weet je het zelf ook wel niet meer, dat hoop ik eigenlijk. Ik hoop dat het kort en pijnloos is geweest.

Ik zal je even bijpraten: zoals ik je vrijdag voor wij weggingen beloofd had, belde ik maandagmorgen om te vragen of ik boodschappen voor je moest doen. Het was half negen en je nam niet op. ‘Eigenwijze oma,’ zei ik tegen Yfke, ‘die is zelf boodschappen gaan doen, we bellen zo nog wel een keer.’ Yfke en ik gaan stofzuigen en om negen uur bel ik weer, nog geen gehoor. Half tien, hetzelfde verhaal. Ik overleg met Yfke of je misschien niet toch bent gaan werken, je bent er eigenwijs genoeg voor. Als je om tien uur nog niet opneemt, besluit ik te komen kijken. We beschikken over de auto (Frank is weer eens in Keulen) en rijden naar Gorinchem.

Je gordijnen zitten nog dicht en de deur zit nog op het nachtslot. Ik bel, maar je doet niet open. Gelukkig ben ik niet door een gat te vangen en laat ik mezelf binnen. Ik roep: ‘hoi!’ maar krijg geen antwoord. Ik kijk in de kamer en keuken, Loetje komt gelijk op me af stormen met een wanhopig gemauw, zo van: geef mij eens gauw wat te eten!

De lamp boven de grote tafel brandt, ik doe hem uit. Ik loop door de hal en roep nog eens naar boven. ‘Oma is niet thuis, Yf.’ We lopen de trap op, kijken op de slaapkamer, op ome Remco’s oude kamer en in de badkamer. Je bent nergens te vinden, zo groot is dit huis niet.

Ik snap er niets van. Toen ik je vrijdag hier zag, was je nog steeds zwak van de griep. Je kunt toch in een weekend niet zo zijn opgeknapt  dat je bent gaan werken. Het voelt vreemd, misschien heeft iemand je gisteren in de kerk gezien. Ik bel Greet Hagoort, ik bel Corrie Meijering en Marjo Molengraaf. Als jij in de kerk geweest bent, dan heeft een van hen jou gezien. Het boekje met de adressen van de gemeente ligt naast de telefoon. Toeval? Ik bel tante Henny, die heeft je ook niet meer gesproken dit weekend.

Een belrondje later ben ik nog niets wijzer, nou ja, ik weet in ieder geval zeker dat je niet naar de kerk bent gegaan. Maar waar ben je dan? Ik bel je werk, volgens de receptioniste ben je ziek. Ja dat dacht ik ook, maar waar ben je dan?

Mijn volgende gedachte is de huisarts, je zou vandaag de uitslag van het bloedonderzoek krijgen. Misschien heeft de arts al gebeld omdat die uitslag niet goed was en moest je met spoed komen. Dat zou me niet verbazen, er moet wel iets met je zijn, want 6 kilo afvallen en 5 weken diarree is niet goed. Maar de assistente mag niets zeggen, het enige wat ze zegt is dat je niet op de lijst met afspraken voor die ochtend voorkomt. Nu weet ik nog niets en ga over tot rigoureuzere stappen.

Voor hetzelfde geld ben je gisteren niet lekker geworden en heb je iemand uit de kerk gebeld en ben je naar het ziekenhuis gegaan(vandaar dat boekje bij de telefoon) en kon je om wat voor reden dan ook mij en Remco niet bereiken. Heb je trouwens mijn nieuwe 06-nummer wel?

Terwijl ik zit te bellen zie ik Yfke opeens in de tuin staan. Hoe komt die daar? De achterdeur is open? Dat is raar, jij sluit toch altijd alles goed af? Het licht brandde ook al toen ik binnenkwam, dat er iets niet klopt is wel duidelijk. Ondertussen bel ik het ziekenhuis, ook daar hebben ze geen mevrouw van Schaik opgenomen. Ondertussen is het al half 11, zal ik dan maar even een rondje langs de winkels rijden? Daar gaan we weer, in de auto een rondje langs de Lidl en het Piazza en weer terug naar je huis, misschien ben je teruggekomen en is er een hele ‘logische’ reden voor het feit dat je nergens te vinden bent. Bij jouw huis gekomen tref ik daar Corrie aan, die snapt er ook helemaal niets van, we stappen samen naar binnen, maken nog een grapje over de opname. We vragen ons af of wij die misschien gemist hebben, maar dat sluiten we uit, omdat we allebei vandaag al een aantal mensen hebben gezien en gesproken die in dat geval zeker opgenomen zouden zijn.

Dan maar naar huis, ik moet de jongens gaan halen en dan ga ik de politie maar bellen. Je hoort tegenwoordig de meest bizarre verhalen over overvallers die mensen uit hun huis halen en dwingen om geld op te nemen. Ik weet het ook niet meer.

Thuis geef ik de jongens te eten en bel ondertussen de politie. Die vinden het ook een vreemd verhaal en vragen of ik zo weer naar jouw huis kan komen om de zaak te bespreken. We spreken af om kwart over een. Ik hang nog gauw de was op en dan breng ik het spul weer naar school. Yfke en ik gaan weer naar jouw huis. We staan al een paar minuten te wachten als ik naar de WC moet. En terwijl ik naar het toilet loop, bedenk ik me dat ik daar vanmorgen nog niet gekeken heb. Voor ik de deur opendoe weet ik het al. Daar lig je op de grond.

Je bent grauw, ik hoef eigenlijk al niet meer te voelen, ik kan het zo wel zien, je bent dood. Yfke loopt in de woonkamer te spelen, ik voel je pols, check je ademhaling, maar ik voel niets en je bent koud. Ik ben eigenlijk nog vrij rustig. Wat moet ik nu doen? En ambulance bellen hoeft niet, de politie dan maar. Die is als het goed is onderweg. Ik doe de voordeur open om te kijken of ze er toevallig al zijn. Nee, dan bel ik maar weer naar de meldkamer. Ik krijg dezelfde agent als een uur geleden. Hij herkent mij ook en ik vertel dat ik je gevonden heb. Hij verbindt me door met een verpleegkundige. Ze geeft me een aantal opdrachten, ja dat heb ik allemaal al gedaan. Ik zie zwaailichten door het raam en er staat toch opeens een ambulance voor de deur, ik hang de verpleegkundige op.

Alles gaat nu razendsnel, de ambulancebroeders zeggen dat Yfke weg moet. Ik bel Anneke, ze staat binnen een minuut op de stoep en neemt Yfke mee, die vindt het allang best, ze is gek op Anneke, dit is een klein feestje voor haar. Gelijk arriveert de politie, de ambulance broeders sluiten een monitor aan en die geeft een vlakke lijn. Ik moet in de keuken wachten en ze tillen jou uit de WC en leggen je op de bank. De agenten stellen een paar vragen en gaan al gauw weer weg. Ik bel Remco en probeer Frank, maar je kent Frank en mobiele telefoons, geen gehoor. De ambulancebroeders bellen je huisarts.

‘Mevrouw gaat u even zitten’.  Ze stellen allerlei vragen over wat er gebeurd is / kan zijn. Hoe laat heeft u haar gevonden, was ze bekend met hartproblemen? Ondertussen arriveert Remco, die is minstens zo uit het veld geslagen als ik. Je dokter komt binnen en stelt een hartaanval vast, waarschijnlijk ergens vroeg vanmorgen. Dus toen ik je belde om half negen was je er al niet meer. En ik ben gewoon gaan stofzuigen, boodschappen doen, strijken, voordat ik eens ging kijken. En bij mijn eerste bezoek heb ik je niet eens gezien.

‘Heeft u nog vragen?’ vraagt de dokter. Ik kan er maar een bedenken: ‘Wat moet ik nu doen?’

 

 

 

En dan?

‘Als eerste moet u nu een begrafenisondernemer bellen,’ zegt de dokter. En ook hij gaat weer weg.

Daar zitten Remco en ik dan, jij ligt op de bank, je poezen draaien om ons heen. Ik heb Frank nog steeds niet te pakken. Dan maar via de zaak. Die vinden hem in Keulen en hij belt terug. Ondertussen wachten wij op de begrafenis ondernemer, die moet vanuit Utrecht komen. ‘Leg maar vast wat kleren klaar voor uw moeder,  weet u misschien al wat voor kist ze zou willen, dan kunnen de verzorgers die gelijk meenemen.’ Achteraf is het bizar dat je dat gelijk al moet beslissen.

Ik bel de moeder van Arjens vriendje: ‘wil jij de jongens meenemen uit school.’ Ja natuurlijk, ze kunnen blijven eten en al, maakt allemaal niet uit.

Ondertussen moet ik nog steeds naar de WC, maar ik wil niet meer naar die ruimte. Ik moet er overheen stappen, want ik moet echt en er is maar een WC in jouw huis.

Kleren opzoeken. ‘Spijkerbroek en een slobbertrui zeker,’  zegt Remco. Maar dat is mij net een stap te ver. Ik zoek een setje uit waarin ik je er altijd leuk uit vond zien, spijkerbroek, shirt en je ‘dure’ Designual hes. (uiteraard gekregen van iemand uit een tweedehands zak). Sorry mam, geen slobbertrui.

En dan begint het lange wachten op de verzorgers en de begrafenisondernemer. Ondertussen staat de telefoon roodgloeiend, Frank vanuit de auto, iedereen die ik vanmorgen al gebeld heb, belt terug om te checken of ik je al gevonden heb. In no time heb ik veel mensen gesproken, incl mijn werk, jouw werkgever en de kerkenraad. Misschien moeten we de buren maar even inlichten, die schrikken zich een hoedje als ze zo die lijkwagen zien. Wat moet je doen, ik ga de was maar opvouwen, Remco doet de kattenbakken en samen doen we de afwas die er nog staat…stom eigenlijk, maar we zijn in ieder geval bezig.

Als eerste arriveren de verzorgers, ze nemen je mee naar de Haarhof om je op te baren en laten ons achter om op de uitvaartbegeleidster te wachten. Als zij arriveert moeten we in een razend tempo over allerlei dingen nadenken, een kaart, een graf, een tekst, de uitvaart…cake, koekjes, koffie, advertentie, video-opname. Om 5 uur gaat ze weg en gaan wij ook maar weg. Ik moet de jongens ophalen. Anneke heeft Yfke al teruggebracht. Remco gaat vast vooruit naar Dalem.

Als ik bij de moeder van Corne arriveer zijn jongens  nog verontwaardigd ook, ze mochten toch bij Corne eten? Eigenlijk staan de moeder van Corne en ik daar nog toneel te spelen ook, want ik wil ze pas thuis vertellen dat je er niet meer bent. Ze stuiteren naar binnen: ‘hey gezellig, ome Remco is er!’

En dan laat ik ze allebei naast me op de bank gaan zitten:’ Weet je nog dat mama oma niet kon vinden vandaag?’ Ja Arjen weet dat nog wel, die is zo scherpzinnig dat hem niets ontgaat.

‘Heb je oma gevonden, mama?’ ‘Ja liefie, maar het is niet goed met oma, mama heeft oma in haar huisje gevonden, ze lag in de WC en heeft pijn gekregen aan haar hartje en is doodgegaan.’

‘Is oma dood?’ vraagt Arjen. Chris blijft stil, maar Arjen begint echt hartverscheurend te huilen en kruipt dicht tegen me aan. Chris accepteert het als een gegeven en vraagt of ie nu op de Wii mag. Dat is wat een leeftijdsverschil van 2 jaar doet. Yfke begrijpt er niets van en zit stilletjes bij Remco op schoot. Chris is ondertussen ook in tranen, maar niet om jou. De batterijen van de Wii zijn leeg!

Rare week

En dan ga je een rare week in. De telefoon heeft vanaf maandagmiddag niet meer stil gestaan. De postbode maakt overuren om alle condoleancekaarten te bezorgen en wij schakelen over naar de regelmodus.

Op maandagmiddag begint het al, eerst ambulancebroeders, dan de politie en jouw huisarts. Remco arriveert, volkomen lamgeslagen. En dan is iedereen weg. Wij gaan aan het bellen, met de vaste lijn en twee maal een mobiele, het is een raar idee en jij ligt daar nog steeds op de bank. De uitvaartverzorgster belt terug. Ze meldt dat ze onderweg is, maar vanuit Utrecht moet komen en het is druk op de weg. Weten we al wat voor kist jij zou willen, want dan kunnen ze die vast meenemen. O ja en ik moet vast wat kleren klaarleggen. Vervolgens komen er twee mannen in zwarte pakken en die nemen je mee. Ik moet nog tekenen voor het feit dat je geen sieraden om hebt. ‘Dit is helaas nodig mevrouw, we zijn al weleens aangeklaagd voor diefstal.’ ‘U hoeft niet te zoeken hoor, ze zal echt geen sieraden omhebben.’ Remco geeft nog gauw je bril mee, die moet wel op in  de kist, anders ben je niet wie je bent… of was.

’s Avonds als onze kinderen op bed liggen, komen Hans Bijl en Alice op bezoek, we spreken over jouw leven en over hoe jij een dienst zou willen. Het is niet heel lastig, het meeste weten we wel, maar waar is die bijlage met muziek waar je naar verwees in je wilsbeschikking, we hebben gezocht, maar ik denk dat je hem nog moest maken. Nu hebben we zelf maar muziek uitgezocht, allemaal opwekking en Jezus is de goede Herder, voor de jongens. Br Bijl gaat spreken over het grote vertrouwen dat jij in God had en dat je je zo gedragen voelde door Hem.

En dat gevoel van Gods nabijheid hebben wij ook de hele week gehad, want ondertussen gaat alles gewoon door. De jongens gaan naar school, Christoph telt de dagen af tot vrijdag, want dan is Juf Wil jarig en mag hij verkleed als leeuw. Arjen moet zaterdag proefzwemmen voor het B-diploma. Hun leventje gaat gewoon verder en dinsdagmorgen sta ik alweer met ze op school, want dat leek ons toch het beste. We zijn wel extra vroeg gegaan, zodat we in alle rust even met de juf konden praten en dan vooral met de juf van Arjen, die heeft het er moeilijk mee. Christoph neemt het meer aan als een feit: oma is dood, en hij gaat weer verder. Hij stelt er verder geen vragen over, tot na een paar dagen: ‘Hoe is oma eigenlijk doodgegaan?’

Dinsdagmiddag mogen we even bij je kijken. Dat is even schrikken om je zo definitief in een kist te zien liggen. Als je aan komt lopen kijk je recht de kist in en dan zie je er opeens zo klein en oud uit. Maar als je dan aan de zijkant van de kist gaat staan, valt het wel weer mee. We zijn er met zijn zessen, Frank, Remco, ik en de kinderen. De jongens hebben een tekening meegenomen en Yfke een foto van hun drietjes om in je kist te leggen. Het is eigenlijk onzin, want het wordt gewoon ook onder de grond gestopt. Jij bent allang in de hemel, je hebt er niets meer aan, misschien zie je ons daar wel staan met zijn zessen en denk je: ‘maak je niet druk, ik ben op de goede plaats en wacht op jullie.’

De jongens zijn zeer geinteresseerd. Arjen vindt het maar gek dat je je bril op hebt: ‘haar ogen zijn toch dicht, dan hoef je toch geen bril op.’ ‘Ja jongen, maar mama kent oma met bril op, dus dat doen we nu ook.’ Christoph is ondertussen druk op zoek naar de deksel van die kist, want die ziet ie nergens en die hoort er wel te zijn. ‘Mama, misschien staat ie wel achter die gordijnen.’ En hij schiet er al heen om te kijken. Dat lijkt ons niet zo’n goed plan, je weet nooit of daar nog andere mensen achter liggen opgebaard, ongetwijfeld is daar de koeling en om Chris nou daar in te laten kijken…

Ondertussen staat Yfke op een stoel naast je kist, en kletst vrolijk verder: ‘Oma slaapt.’ ‘Nee liefie oma slaapt niet, oma is dood en nu bij de Here Jezus in de Hemel.’ Aangezien ze alles wat je zegt herhaalt, doet ze dat nu ook: ‘Oma is dood, oma bij de Heje Jezus.’ We leggen het nog eens uit: ‘Oma is nu dood, dit is alleen het lichaam dat oma op de aarde nodig had. Nu is oma bij de Here Jezus in de hemel en heeft ze het niet meer nodig. De Here Jezus heeft een heel nieuw lichaam voor oma gemaakt, zonder zere voeten en nooit meer ziek en geen pijn, helemaal perfect.’ Het is vooral Arjen die dit allemaal in zich opneemt.

‘Wil je aan oma voelen, ze voelt heel koud.’ Ja, dat wil Christoph wel, hij controleert eerst je ene hand en dan de andere. ‘Ze zijn allebei koud,’ constateert hij. Arjen vraagt zich af of er nu niets meer beweegt aan jou. Hij geeft zelf het antwoord al: ‘Kijk als ik blaas, dan bewegen oma’s haartjes nog.’ Ik denk dat het goed is dat we de kinderen meenemen, het maakt dat wij ook veel meer ontspannen bij je kist staan. We staan van alles uit te leggen, ze luisteren en nemen alles in zich op.

Ondertussen is zo’n beetje alles voor de begrafenis wel geregeld en op woensdag vraag ik me dan ook echt af wat ik moet gaan doen. Frank is thuis en is met allerlei instanties aan de telefoon, Remco is in jouw huis bezig met de katten en heeft ook maar gelijk jouw koelkast leeggehaald, want dat bederft anders toch maar en heeft ook gelijk maar je laatste was meegenomen en je kleren in zakken gestopt en naar het Leger des Heils gebracht. Tja, misschien wat snel, maar wat moeten we anders doen, stil zitten in een hoekje, dat kunnen we alle drie niet. We slaan maar aan het regelen en organiseren, de bank, notaris, poort6, postNL, noem het maar op, dan weten we maar vast waar we aan toe zijn. Ik heb Sharon van de Voet gebeld of ze nog spullen nodig heeft voor haar nieuwe huisje, ze durft niet terug te bellen. Gelukkig kent Jacqueline me zo goed, dat ze weet dat ze dat gewoon kan doen en we spreken af dat Sharon kan komen kijken wat ze van jou kan gebruiken. Ik ga het niet verkopen hoor mam, ik maak Sharon er blij mee en wat moet ik met dat geld. Zij kan het goed gebruiken en ik denk niet dat jij er problemen mee zou hebben als ik het weggeef. Jacqueline biedt aan om ook op dinsdag op ons meisje te passen en de tranen schieten me in de ogen. Dat vind ik zo lief, want behalve dat je we je als moeder en oma moeten missen, zijn we ook gelijk onze oppas op dinsdag kwijt. Voor alles blijkt een oplossing en verschillende mensen in de gemeente bieden allerlei vormen van hulp aan. Ik heb nog nooit zoveel aanbiedingen voor oppas gehad. Ik ga bijna overwegen om tegoedbonnen te gaan vragen, zodat ik er op een later tijdstip nog eens gebruik van kan maken.

Wat dat betreft moet je je over ons geen zorgen maken mam, we worden door de gemeente zo goed opgevangen, het is echt hartverwarmend. We voelen ons zo gedragen door God en de gemeente is daar het grondpersoneel van.

Op donderdag gaat Frank weer werken en ben ik alleen, want Remco gaat ook zijn eigen ding doen en Yfke is bij Jacqueline. Ik was van plan om examens na te kijken, maar de hele dag door heb ik bezoek, mijn schoonfamilie, Liane en Alice, tante Henny en Annemiek. Wanneer moet ik nou ooit mijn eigen huis stofzuigen?!

Ik ben met tante Henny nog even bij je wezen kijken, ik hoop dat je het niet erg vindt. Dat gekoekeloer in je kist, dat wil je niet, maar dit is je zus en het was voor haar zo raar om in IJsselstein te zitten en wij hier. Zo kon ze afscheid van je nemen. Ome Wil kon helaas niet komen, het gaat met hem ook niet zo goed.

Op vrijdag komt Sandra een bakkie doen en ’s middags komt mijn teamleider van school langs en ondertussen spelen er hier gewoon weer vriendjes van de jongens en gaan ze zelf ook uit spelen. Hun leventjes gaan gewoon door. Ik denk dat jij dat wel prima had gevonden, ze kunnen niet heel de dag om oma huilen. Ze verwerken het op hun eigen manier. Gisteren heeft Christoph nog wat in je kist gelegd, zijn hartjesslinger die hij met valentijn geknutseld had en de bloem die Arjen op de zondagsschool gemaakt had. Hij heeft goed gekeken waar hij alles wou neerleggen en alles een beetje herschikt zodat het beter zou passen.

Zaterdagmorgen is er gewoon zwemles, daarna is papa langs geweest, het moet voor hem toch ook wel vreemd zijn. ’s Middags zitten we weer langs het bad, want Arjen mag proefzwemmen. Hij is apetrots, want er zitten maar 4 lessen tussen zijn A en B-diploma en hij mag ook nog eens tegelijk afzwemmen met Corne. De twee vrienden gaan samen te water, hij vindt het geweldig. Opa komt ook kijken. Alles gaat goed, volgende week wordt er afgezwommen. Raar hoor, we moeten je nog begraven en ondertussen zijn we alweer met het leven van alledag bezig.

We hebben ons de afgelopen week afgevraagd of we zondag naar de kerk moeten gaan. Aan de ene kant zit ik er nog niet echt op te wachten, aan de andere kant wil ik heel graag juist onder deze mensen zijn. En je  moet er toch een keer doorheen, of ze ons nu condoleren of dinsdag bij de begrafenis, wat maakt het uit. Je merkt dat mensen het wel moeilijk vinden om ons te zien. Niet iedereen weet wat te zeggen of doen. Ook zij vinden het moeilijk. Gelukkig spreken ook veel mensen ons gewoon aan. Het lijkt soms wel of ik degene ben die aan het troosten is ipv andersom. De meeste mensen zijn enorm geschrokken. Je was pas 57 en niet ziek. Je zou verbaasd staan als je wist hoeveel mensen weten wie je was mam. Iedereen heeft het over jouw bescheiden houding, zo behulpzaam aanwezig op de achtergrond. Aleid heeft het pittig met de zangleiding, Anselm laat ons staan terwijl hij de mededeling van je overlijden doet en Aleid laat  liederen zingen die zo goed bij je passen en zelfs de preek van Bram Krol lijkt erop aan te sluiten. Ik laat de tranen maar stromen, ze moeten er toch een keer uit. Ik kan Remco niet zien, die zit in zijn eigen vak, maar die wordt keigoed opgevangen door al onze vrienden. Datzelfde geldt voor ons, we gaan uit de dienst lekker een soepie eten bij Niels en Sandra, gewoon even eruit, gewoon gezellig. ’s Avonds komt Hans Bijl nog even poolshoogte nemen. We worden goed in de gaten gehouden hoor mam, God stuurt zijn grondpersoneel om op ons te letten.

Maandag, het is nu al een week geleden.

Het duurt wel lang hoor, wat mij betreft hadden we je voor het weekend begraven, maar het is zo druk op de begraafplaats en dus moeten we nog een dag wachten. Frank is thuis van alles aan het regelen en Remco en ik gaan maar een beginnetje maken in je huis. Alles wat we willen bewaren halen we weg, foto’s, tekeningen, boeken (die waren toch eigenlijk al van mij) ik kom tot de ontdekking dat je in een boek van mij bezig was, titel: ‘Tot de dood ons scheidt.’ Oke dan…

Ik laat de kinderen ook iets uitkiezen wat ze willen bewaren van oma. Arjen kiest je tekenspullen, Chris kiest die grote koptelefoon die hij altijd op mocht als jij op hem paste op dinsdag. Hij vindt het helemaal geweldig. Weet hij veel dat jij hem die koptelefoon altijd opzette, zodat ie even rustig in een hoekje bij de radio bleef zitten en zijn zus niet lastig kon vallen. Wat dat betreft wist je het altijd zo te verpakken dat het voor hem een gunst leek, terwijl je hem eigenlijk even uit de weg wilde hebben. Mam, jij was ijzersterk in allerlei afleidingsmanoeuvres als ze weer eens druk of dwars waren. Tijdens een lange autorit wist jij ze altijd af te leiden.

Yfke krijgt de knalroze step die in je schuurtje staat en ik neem die bontgekleurde katjes mee, geen drol waard, maar ze passen bij jou en zijn mijn herinnering aan jou. Remco gaat voor een tekening en ik geef hem de albums van Malta en Amerika. Ik moedig hem aan om gewoon ook de TV mee te nemen, hoeft ie niet meer naar dat ieniemienie schermpje van hem te kijken. Hij voelt zich bezwaard, maar gaat toch overstag.

Tot slot laad ik de laatste twee katten in de auto, inclusief alle kattenbakken en krabpalen en al het eten dat ik van Hetty mee moest nemen en rijd ik naar Breda.

Je katten

Ja die katten, dat is nog een heel verhaal. We zijn denk ik nergens zo druk mee bezig geweest als met die poesjes. Daar moesten we op zeer korte termijn een oplossing voor zoeken. Vier katten in een klein huisje die niet naar buiten kunnen en elkaar nou ook niet bepaald verdragen. Jij zat er altijd als scheidsrechter tussen met die maffe Harry van je. Remco ging de afgelopen dagen twee keer per dag langs voor de kattenbakken en voeren. Maar moest ook veel stofzuigen en doen. Dit kon zo echt niet lang doorgaan, voor ons niet en voor die beestjes al helemaal niet. Wat gaan we met die katten doen? Het was niet eenvoudig, want al voor we goed en wel je begrafenis geregeld hadden, hing Hetty aan de telefoon. Waarschijnlijk allemaal goed bedoeld, maar wij zaten er even niet op te wachten.

Ze vond het vreselijk dat je overleden was, maar sprong ook gelijk op de bres voor je katten. We mochten ze niet naar het asiel brengen! Absoluut niet, dat zou jij niet gewild hebben! Nog liever moesten we ze laten inslapen. In ieder geval die twee oudjes. Die andere twee konden wel bij iemand anders ondergebracht worden. We moesten maar vooral veel mensen bellen en in de kerk vragen en onder collega’s. Of we moesten ze zelf in huis nemen en nu in ieder geval iedere dag een poos bij ze gaan zitten, of Remco moest maar in jouw huis gaan wonen en ze allevier houden. Maar mam, ik hoop dat je het met me eens bent dat dat echt geen opties zijn. Wij kunnen er hier geen kat bijhebben, het beestje zou te weinig aandacht krijgen, onze Guus pikt dat niet en Remco woont op driehoog! Ik denk dat we Hetty zeer teleurgesteld hebben, ik heb echt mijn best gedaan, maar er was uiteindelijk geen andere oplossing dan het asiel.

Ik heb contact opgenomen met allerlei instanties voor herplaatsing van huisdieren van zieke of overleden mensen, maar van geen van deze instanties bericht teruggekregen. De Dierenambulance kon ons ook niet helpen. We hebben een berichtje op Facebook geplaatst om een groot publiek te bereiken, maar geen reacties, althans geen reacties van mensen die een poes wilden adopteren. Uiteindelijk heb ik het asiel in Gorinchem gebeld en zij wilden de jongste twee opnemen als we ze extra entingen gaven. Dat hebben we gedaan en op zaterdag mochten we ze brengen. Remco is gegaan en het viel hem niet mee. Hij voelde zich een bruut, maar het kon niet anders. De twee oudjes konden ze in Gorinchem niet opnemen, omdat ze uit Breda afkomstig waren. Toen heb ik Breda opgebeld omdat er zoiets bestaat als ‘terugneemplicht’ in geval van ziekte of overlijden van het baasje. Ik mocht Loetje en Siepie maandag komen brengen, ook zij konden, net als Aagje en Harry, direct bij de plaatsbare katten, omdat jij ze zo goed verzorgde. Gelukkig maar, anders moesten ze op een wachtlijst en dat was echt geen optie, het ging gewoon niet in jouw huisje met zijn viertjes heel de dag binnen.

Ik hoop dat je dat met me eens zou zijn geweest. We hebben ons best gedaan voor de beestjes. Hetty heeft ons de hele week platgebeld over wat we gingen doen. Als ik heel eerlijk ben werden we er een beetje gek van. Ze wilde de telefoonnummers van de asiels om te gaan bellen en controleren hoe het met ze was. We kregen grote tassen met allerlei lekkers mee voor de beestjes, we moesten vooral al hun eigen spulletjes meegeven. Op een gegeven moment wilde ze zelf de twee oudjes erbij hebben. Dat heb ik afgehouden, aangezien ze er al 10 heeft, leek me dat geen goed plan. Toen ze voor de zoveelste keer belde is Remco iets minder vriendelijk geweest en heeft ie gezegd dat wij het ook rot vinden, maar dat dit de beste oplossing is en dat ze er nu niet meer over moest beginnen, want wij hebben wel iets meer aan ons hoofd dan alleen die katten. Ik hoop dat we haar niet gekwetst hebben. Voor zover ik weet heeft ze beide asiels al een paar keer gebeld ondertussen om te checken hoe het gaat. Met Harry en Loetje gaat alles prima, Aagje is wat schuw en Siepie is uiteraard weer helemaal geflipt, maar als die kat een mens was geweest had ie allang in een inrichting gezeten. Dat beest is nooit helemaal 100% geweest. Ik vind het sneu voor de beestjes mama, maar toch denk ik dat jij ook zo hebben gezegd dat dit de beste oplossing zou zijn geweest…

Begrafenis

Je begrafenis is dinsdag 19 maart om tien uur. Ik  moet zeggen dat ik dat wel een prima tijd vind. Lekker vroeg, niet heel de dag nog door moeten zien te komen en maar wachten. Gewoon uit bed, aankleden en gaan.

Om half tien zijn we op de Haarhof, we kijken nog een laatste keer en dan sluiten we de kist. Frank en Remco tillen het deksel erop en de jongens en Yfke draaien de schroeven vast. De jongens vinden het wel interessant wat er allemaal gebeurd. Ze mogen helpen om de kist op zijn plekje in de aula te zetten en Arjen herschikt de bloemstukken. Het is echt een bloemenzee. Wij hebben er een heel ruig stuk opgelegd, de kerk heeft de mooie tak van palmpasen, er zijn stukken van je werk en van familie en ik zie heel veel mensen binnenkomen met losse bloemen. Er zijn ook twee keer zoveel mensen als ik had opgegeven. Ik had geen idee en had 60 gezegd en dat later bijgesteld naar 75, er waren ongeveer 120 mensen. De koffiejuffen zullen wel even in de stress geschoten zijn…te weinig koffie en cake. Die hebben nog maar gauw een paar pakken koekjes uit de kast getrokken. De liturgie, die Arjen staat uit te delen is al gauw op, we hebben er zelf niet eens een.

Het is hartverwarmend om te zien hoeveel mensen er gekomen zijn. Je hebt een volledige muziekgroep gehad, piano, gitaar en fluit. Hans Bijl preekte over onbezorgd zijn en geen waarde hechten aan aardse schatten en legde de nadruk op jouw grenzeloze vertrouwen in onze Hemelse vader. Het was een dienst waarin je postuum een getuigenis gaf en ik bid dat het de mensen die jij wilde bereiken aan het denken hebt gezet.

Ik ben eigenlijk tijdens de hele dienst volkomen rustig en beheerst gebleven, tranen bleven uit. Ik was zelfs in staat om alles wat ik in mijn ‘speech’ had geschreven te vertellen in plaats van voor te lezen, wat ik in eerste instantie van plan was. Ik dacht dat ik niet zeker genoeg zou zijn om gewoon te spreken, maar het ging heel goed. Ik heb de tekst hieronder nog maar even opgenomen, gewoon voor de volledigheid:

Ze had een flinke griep, last van haar darmen, voelde zich draaierig en slap, maar alles ging goed, we konden rustig een weekendje weg. Dat was de boodschap die ik afgelopen vrijdag van haar kreeg toen ik het gevraagde stapeltje boeken ging brengen (want dan heb ik wat te lezen dit weekend). ‘Veel plezier en ik zie je maandag wel weer.’

Niemand kon vermoeden dat ik maandag geen gehoor kreeg toen ik belde of ze nog boodschappen nodig had. Geen gehoor, dacht ik nog, het eigenwijze mens is toch niet zelf naar de supermarkt gegaan of gekker nog, naar haar werk, omdat ze vond dat ze al te lang ziek was. Een half uur later belde ik weer, geen gehoor, half uur later nog een keer…wie is er nou zolang weg als ze zich niet lekker voelt.

En dan ga je kijken en vind je haar niet, overal gekeken, maar niet op dat ene plekje waar ik haar ’s middags vond. Dan gaat er van alles door je heen, ik kon me zelfs nog herinneren wat ik op EHBO heb geleerd, ik heb het zelfs nog toegepast. Maar wist tegelijk dat het zinloos was.

Mama is weer eens veel te vroeg ergens naar toe gegaan, zoals altijd. Da’s wel een kenmerk van mijn moeder, als ze ergens heen moest was ze altijd veel te vroeg. ‘Mam we rijden om 10 uur naar de dierentuin.’ Mama was er om half tien. ‘Mam, we vieren de verjaardag vanaf 14.00 uur.’ Ze was er ’s morgens al. ‘Mama, je moet 3 uur van te voren aanwezig zijn op Schiphol.’ Veel te vroeg staat ze met haar koffer klaar. En ook nu ben je weer veel te vroeg op reis gegaan mam.

Een collega van mama, die elkaar gevonden hadden in hun geloof in Jezus Christus, stuurde ons afgelopen week een kaartje waarin we onze moeder precies herkende, ze noemde uitspraken die mijn moeder deed: ‘Het beste deel komt nog’ en ‘waarom is iedereen toch zo gehaast, we hebben straks de eeuwigheid nog voor ons.’

Dat ‘straks’ is voor mama al ‘nu’ geworden. Vandaag is een dag met veel gemengde gevoelens, we zijn dankbaar en blij dat je thuis bij onze Hemelse Vader bent, maar verdrietig omdat we je hier moeten missen, je nooit meer gek zullen zien doen met je kleinkinderen en je nooit meer zomaar even bij ons komt aanwaaien op je fiets voor een bakje koffie of een glaasje water, omdat je in de buurt was.

Mama, we weten allemaal een ding zeker, je bent bij God en eens zullen we elkaar daar weer tegenkomen. Mama, bedankt voor alles, je bent een goede moeder voor ons geweest, je was een fantastische oma voor onze kinderen. Trots op alle drie, het denkertje, het boefje en het vrolijke vrouwtje.

Tot slot wil ik, namens ons zessen iedereen bedanken voor de hulp en aandacht in welke vorm dan ook. We voelen ons heel gedragen door u allen en in het bijzonder door God onze vader. 

Br Hans Bijl en Zr. Alice van Krieken bedankt voor het regelen en leiden van de dienst. Mevr Steenbeek danken we voor de begeleiding van de afgelopen week. John, Marjo, Anneke en Adriaan bedankt voor de muziek en u allen bedankt voor uw komst, lieve kaartjes en telefoontjes.

Dankuwel.

Op de een of andere manier is er ook nog iets misgegaan tijdens je begrafenis. Omdat ome Wil er niet kon zijn, hij lag in het ziekenhuis, zou tante Joke namens hem iets voorlezen. Ze had het gevraagd aan de uitvaartbegeleidster, maar dat is waarschijnlijk niet goed gecommuniceerd met Hans Bijl en dus is het vergeten. Wij wisten het ook niet en hoorden het pas later. Ome Wil heeft ons de tekst gemaild, ik zal hem toch nog even toevoegen:

 

6 december 1955, ik heb een klein zusje gekregen, Yvonne.

Als jongen van 9 jaar voel je je dan een grote broer, die dat zusje moet beschermen. Ik heb ook veel met haar opgetrokken, een stukje wandelen met de kinderwagen, een paar jaar later, in de winter, de slee trekken en een sneeuwpop voor haar maken. Even op de fiets naar de speeltuin, of, toen ze haar eigen fietsje had, samen een stukje fietsen. Het viel voor haar dan ook niet mee, toen ik, een aantal jaren later, verkering had en ging trouwen. Zij bleef thuis als enig kind over en dan voel je je soms toch wel eenzaam.

Het was voor ons dan ook een fijn gevoel dat zij tijdens een jongerenreis een jongen ontmoet heeft, waar ze later mee getrouwd is. Samen hebben ze ook twee kinderen gekregen, Cindy en Remco. Wij kwamen regelmatig bij elkaar op visite en hebben gezamenlijk, met de andere zussen, zwagers en kinderen leuke familiedagen gehad. De dag van het huwelijk is voor Yvonne, zoals voor velen, èèn van de mooiste dagen van haar leven geweest. Tot de dood jullie zal scheiden, was èèn van de zinnen die deze dag werden uitgesproken, helaas heeft dit niet zo mogen zijn.

Yvonne bleef dit keer niet alleen, maar met haar kinderen achter. Gezamenlijk hebben ze de schouders er onder gezet en zo weer een nieuw leven opgebouwd. Zij wilde eigenlijk het liefst terug naar Gorinchem, waar ze na een tijdje dan ook een leuk huisje kreeg aangeboden. Cindy had inmiddels het ouderlijk nest verlaten en dat kwam wel goed uit, want anders had ze bij Remco op de slaapkamer gemoeten. Na een aantal jaren is ook Remco uitgevlogen en bleef Yvonne weer alleen, maar niet eenzaam achter, want aan vrienden mankeerde het niet.

Ook had ze met regelmaat haar kleinkinderen, dus vervelen hoefde zij zich niet. Maar alleen kon Yvonne zich ook goed vermaken, zoals met de mooie tekeningen die ze maakte en de katten om te verzorgen. Helaas is op èèn van deze momenten van alleen zijn, op veel te jonge leeftijd, een einde aan haar leven gekomen. De zaterdag er voor hebben we samen nog drie kwartier tot een uur aan de telefoon gezeten en uit niets is gebleken dat dit zou kunnen gebeuren. Niet meer een stukje fietsen of op de slee, maar voor de laatste keer lopen we nog een stukje met Yvonne mee. Ik ga niet zeggen we nemen afscheid van Yvonne. Want toch telkens weer, zullen wij haar tegen komen. Zeg nooit het is voorbij, alleen haar lichaam is van ons afgenomen, Niet wat ze deed, en niet wat ze zei.

Na de dienst rijden we je kist met zijn zessen naar buiten. De jongens doen dat wel wat enthousiast, want we botsen bijna tegen de deur van de aula aan, omdat die nog niet volledig geopend was. Buiten staan er vier dragers klaar om je over te nemen, maar de jongens willen nog verder duwen en de dragers laten ze tussen hen in plaatsnemen, en ze mogen meerijden. Ze staan echt te popelen en we moeten ze inhouden, want nog niet iedereen heeft zich aangesloten in de stoet. Zo begeleiden de mannetjes je naar het graf. De kist wordt erop getild en zakt alvast een stukje.

Na het ‘U zij de glorie’ en ‘het onze Vader’, mag Arjen de kist laten zakken en uiteraard neemt hij het uiterst serieus. Yfke is ondertussen op haar knietjes naast het gat gaan zitten en staart de diepte in. Wij hopen maar dat ze Bumba niet laat vallen, want dan zijn we verder van huis, ik zit op mijn hurken om haar jasje vast te houden. Christoph is er ondertussen wel klaar mee, hij heeft dorst en zin in cake,  hij laat ons bij jou graf achter en sluit zich in de rij aan bij oma Rousse en tante Yvonne en gaat richting cake en appelsap.

Ja en dan zit het erop. Het is gebeurd, we hebben je begraven. Ik denk dat het de manier is geweest die je gewild had. We drinken nog een bakkie koffie, want als er iets bij jou hoorde, dan was het wel koffie en vervolgens komt iedereen gedag zeggen en condoleren.

Als wij als laatste de aula verlaten wil Arjen nog even gaan kijken. Hij is wel benieuwd wat er nu met dat graf gebeurd. Het is nog niet dicht, maar er ligt een ijzeren plaat overheen. Ik beloof hem dat we over een paar dagen nog wel een keer gaan kijken of het dan dicht geschept is.

Wat doen we nu? Remco gaat naar huis, op de bank liggen en een filmpje kijken. Het is 12 uur, Frank en ik hebben weinig zin om met de kinderen heel de middag thuis te gaan zitten. Het is inmiddels gaan regenen en als ze met zijn drieen heel de middag binnen moeten zitten, is niemand daar gelukkig mee. Het is ook zo bot om ze vanmiddag naar school te sturen… ‘Is het heel gek om naar de speeltuin in Oosterhout te gaan,’ overleggen we in het Engels. Wij vinden van niet. We rijden snel langs huis om wat eierkoeken en onze boeken te halen en rijden naar Haasje Over. Daar is het heerlijk rustig en de jongens en Yf hebben vrij spel in alle klim- en klautertoestellen. We eten een lekker frietje en laten het spul heerlijk uit’rousse’n. Ze hebben het verdiend en jij zou ons groot gelijk gegeven hebben mam. Na zo’n spannende morgen moeten ze zich even uit kunnen leven. Je zou trots op ze zijn geweest mam.

En dan verder

Woensdag gaan Frank en ik een rondje doen langs allerlei instanties. Donderdag ga ik weer werken, zaterdag is het afzwemmen. Ongelofelijk hoe ons leven gewoon weer door gaat. Al op woensdag moet Arjen verkleed naar school, want nu is zijn juf jarig. De juf vertelde op de 10-minuten gesprekken dat hij uitgebreid verteld heeft over je begrafenis en wat hij allemaal heeft gedaan. De klas had ademloos geluisterd. Terwijl de jongens ’s middags weer ergens gaan spelen gaan Frank en ik met Yfke een rondje langs de instanties doen. De bank, poort6, allerlei dingen regelen en opzeggen.

Peter de Jong uit de kerk heeft aangeboden om ons te helpen met je huisje. Hij heeft een zwager met een grote loods en een vrachtauto en die haalt wel vaker huizen leeg en geeft dan de spullen weg aan mensen die het kunnen gebruiken of aan het Leger des Heils. Ik denk dat jij het daar wel mee eens zou zijn, dat we zo veel mogelijk mensen helpen met jouw spulletjes. Ik heb hem een sleutel gegeven en hij regelt dat verder allemaal.  En zo gaat alles weer door, de dag erop moet ik weer werken. Ook weer heel raar, tegelijk ook wel weer fijn. Ik word door al mijn leerlingen gecondoleerd, ze hebben de tranen in de ogen, lief hoor. Het is pittig, maar het lukt. Veel mensen informeren hoe het is, dat is aan de ene kant fijn, maar aan de andere kant komt alles steeds weer boven. Gelukkig staat er een doos tissues in de personeelskamer, dus die komen goed van pas.

Zo heb je iedere keer van die momenten dat het je aanvliegt. Tijdens het Wii-en constateren de jongens keihard dat ze jouw poppetje even moeten verwijderen, want jij bent dood. Het zinnetje ‘oma is dood’, begint sowieso een soort mantra te worden, want Chris maakt nu onderscheid tussen jou en Frank zijn moeder op de volgende manier. Als het over oma gaat, en hij weet niet precies welke dan vraagt hij :’Is het de oma die dood is of de andere?’ Ik vind dat een nare manier van omschrijven, vooral omdat Yfke het als een soort langspeelplaat gaat herhalen: ‘oma dood, oma is dood etc.’ We hebben ze nu maar aangeleerd om gewoon oma van Schaik te zeggen, of de oma die bij de Here Jezus is, dat klinkt toch wat vriendelijker. Na een paar dagen bereiken we eindelijk het gewenste effect.

Jouw overlijden heeft bij Arjen nog een andere vraag opgeroepen, of eigenlijk meer een constatering. Toen we terugreden van de begrafenis begon hij er al over: ‘Mama, oma was pas 57 en gaat dood, Sinterklaas is misschien al wel duizend en nog steeds niet dood.’ Frank en ik verwachten hier de vraag achteraan hoe dat nou precies zat en ik was best bereid om daar in alle eerlijkheid antwoord op te geven, maar er kwam geen vraag, het was meer de simpele constatering van een feit.

Ondertussen ben ik allerlei spulletjes van je aan het opruimen, je kleurspullen, foto’s, boeken. Maar ook alle kaarten die we hebben gekregen. Geheel in ‘de geest van mama’ heb ik een mandje gekocht bij de kringloop om daar alle kaarten, de rouwbrief en de condoleanceboeken van je werk en de begrafenis in te bewaren. Als je het niet erg vindt heb ik er ook de foto ingestopt. Ik kan er niet zo goed tegen om jouw foto op een plekje in de kamer te zetten. Iedere keer als die foto boven tafel komt, dan zitten alle drie de kinderen er met hun neus bovenop: ‘Kijk dat is oma’.  Dan vliegt het mij weer aan. De gedachte dat je nooit meer even aan komt fietsen en niet meer de geweldige oma kunt zijn die je was, dat ga ik het meeste missen. Onze kinderen moeten het zonder jou doen en ik hoop maar dat in ieder geval Arjen zich later kan herinneren wat een fantastische oma jij was.

Dus sorry mama, ik heb je foto in het mandje gedaan en een andere foto van jou en Yfke van afgelopen zomer in een verzamellijstje van kinderfoto’s gedaan, zo ben je toch nog een beetje tussen je kleinkinderen.

Ondertussen voel ik me een beetje ontworteld. Het zal wel wennen, maar nu komt het nog geregeld voor, dat ik even wil bellen om iets te zeggen of te vragen. Zo van:  ‘Arjen heeft zijn B-diploma gehaald in maar 4 lessen’. Of,  ‘Ik heb net iets leuks geknutseld’ en jij was vaak de enige die daar echt met interesse naar keek…en zo zullen er nog wel meer momenten komen.

En zo is nu de stand van zaken mama, of zoals we altijd een telefoongesprek beeindigden: ‘we zijn weer bijgepraat’.

Lieve mama, tot ziens!

zaterdag 30 maart 2013

Penisnijd en castratie-angst


Kijk, dit wordt een blog van hoog psycho-analytisch niveau. Ik begin in de titel al met Freud te smijten. Nou ben ik niet zo heel erg thuis in de theorieën van Sigmund Freud, maar deze twee uit de titel en het Oedipuscomplex ken ik toevallig wel. Op de PABO heb ik ook een blauwe maandag ontwikkelingspsychologie moeten bestuderen. Dat was  nooit zo aan mij besteed, maar er is blijkbaar nog wel iets van blijven hangen. Ik weet zelfs de inhoud van deze theorieën nog, nou heeft dat waarschijnlijk meer te maken met de namen die Freud van deze theorieën heeft gehangen.

Even voor de leken onder mijn lezers; het Oedipuscomplex is de aantrekkingskracht die een kind voelt voor de ouder van het andere geslacht, dus een zoon ten opzichte van zijn moeder en zodoende zijn vader als concurrent ziet. Penisnijd is de term die Freud hanteert voor het moment waarop meisjes erachter komen, dat zij geen piemeltje hebben en bij castratie-angst is het omgekeerde het geval, als jongetjes ontdekken dat meisjes geen piemeltjes hebben en angstig worden dat hen dat ook kan overkomen omdat het waarschijnlijk een straf is en dat daarom de geslachtsdelen bij meisjes zijn verwijderd. Kunt u mij nog volgen? Mocht dat na enige malen herlezen niet het geval zijn, geen paniek, dat hebben meer mensen bij het lezen van Freud. Er is dus niets mis met u, maar wijlen Sigmund was een ingewikkelde figuur.

Maar goed, wij hadden hier dus van de week een gevalletje van castratie-angst. Het ging als volgt. Zoals bij iedereen met kinderen thuis bestaat de ochtend hier uit een aantal vaste rituelen. Aankleden, wassen, eten, haartjes kammen, etcetera. Dat gaat hier al jaren op dezelfde manier, iedereen moet hier aangekleed naar beneden, ik heb een hekel aan pyjamaparty’s als we nog naar school moeten, vervolgens wordt er gegeten en terwijl het spul aan het ontbijt zit doe ik bij iedereen de haartjes, omdat ze dan tenminste stil zitten. Nou ja, vergeleken bij de rest van hun activiteiten, zitten ze aan tafel min of meer stil. Blijkbaar begin ik mijn kappersactiviteiten altijd bij Yfke en smeer vervolgens een lik gel in de kuifjes van de mannen. Ik heb eigenlijk nooit zo bij deze volgorde stilgestaan, maar Christoph dus wel, want afgelopen vrijdag maakte hij hier een opmerking over.

'Mama, ik wil ook een meisje zijn,’ zegt hij terwijl ik gel in zijn haar smeer. Arjen spitst ook gelijk zijn oren, want nu kon het weleens interessant gaan worden.

Ik doe net of dit heel normaal is en informeer naar de reden: ‘o ja, waarom wil jij een meisje zijn?’ ‘Nou, meisjes mogen altijd eerst met hun haar en dan doe jij pas de jongens.’ Dit is een juiste observatie, als ik erover nadenk klopt dat, ik doe altijd eerst het haar van Yfke en dan dat van de broers. Maar dat is puur om de praktische reden, dat ik eerst haar haartjes kam en vastzet en daarna pas met gel bij de mannen aan de slag ga, dan kan ik daarna mijn handen wassen. Pure moederlogica, andersom is niet handig.

Maar ik bespeur bij Chris een dieper liggend probleem. Hij is niet content met het feit dat hij niet als eerst aan de beurt is. Dat merk ik wel vaker bij hem en daar zit ook wel iets in. Hij is nummer twee in de kinderrij hier. Zijn oudste broer doet alles voor het eerst, zijn kleine zus is de schattige laatste. Christoph heeft moeite met zijn plaats als middelste kind in dit gezin. Hij denkt nu de oplossing te hebben, door maar te wensen dat hij een meisje is, dan doe ik tenminste zijn of in dat geval ‘haar’ haartjes eerst.

Gelukkig hoef ik niet eens na te denken over hoe ik hem nu weer ga uitleggen dat hij niet zomaar een meisje kan worden, want Arjen is me al voor. ‘Chris als jij een meisje wordt dan moet je piemeltje eraf.’ Arjen is zelfs niet te beroerd om te vertellen hoe we dat dan het beste kunnen doen. ‘Gewoon met een schaar, want jij hebt nog maar een kleintje.’

En daar komt Freud om de hoek, de castratie-angst slaat bij Christoph onmiddellijk toe. Dat lijkt hem helemaal geen goed plan, met die schaar. ‘Nee joh Arjen, dat doet pijn en dan kan ik niet meer plassen!’ ‘Nou dan kun jij ook geen meisje worden,’ reageert Arjen en gaat weer verder met zijn beschuit.

Zo dat is ook weer opgelost, ik heb geen Freud of andere psychologen nodig, hier werken wij via de door Arjen beproefde shockeermethode, gewoon met de botte bijl eroverheen. Maar niet over dat piemeltje dus, geen botte bijl en ook geen schaar! Christoph blijft gewoon een jongetje.

donderdag 21 februari 2013

Een konijn voor mama


Mijn zoons hebben zojuist een donderpreek gehad en staan nu boven onder de douche te overleggen, hoe moeten ze het weer goed moeten maken met mij.

Vandaag kom je na een dag hard werken thuis en wil je eigenlijk even gezellig aan tafel zitten en lekker eten met je gezin. Maar dat is van hier vandaag niet aan de orde, er is zelfs helemaal geen orde, eerder wanorde. Mijn zoons en dochter zitten aan tafel te mopperen. Yfke doet dat luidkeels, krijst alles bij elkaar om een ons onduidelijke reden en de mannen zitten met hun eten te spelen, nadat ze eerst hun ananas en kroepoek hebben opgegeten. Nu zijn ze druk doende om hun witte rijst over hun bord te schuiven en naar elkaar te roepen. Dat is overigens volkomen onnodig, want ze zitten op krap 80 centimeter afstand van elkaar. Misschien ligt het aan mij, maar ik kan dit nu niet hebben, heb hier helemaal geen zin in en heb hen ondertussen meerdere malen aangemoedigd om recht te gaan zitten en te gaan eten.

Het was een grote tegenvaller voor hen vanavond, we aten nasi in plaats van de op donderdag gebruikelijke patatjes. Ze zijn hier behoorlijk goed geconditioneerd en rekenen op donderdag eigenlijk standaard op patat. Maar ja, omdat ik nog geen tijd had gehad om de vieze frietpan onder handen te nemen, had ik nasi gekookt. In hun geval betekent dat dan witte rijst, omdat ze consequent weigeren om nasi te eten. Een flinke tegenvaller dus voor de heren en dame, die ook haar zinnen op tatas met naise had gezet.

Maar goed, ik naderde dus mijn kookpunt en nadat Christoph zijn witte rijst over de tafel uitspuugt ben ik het meer dan zat. ‘Weet je wat jullie doen? Zoek maar een andere moeder, die wel altijd kookt wat jullie lekker vinden en ga daar maar wonen, dan zoek ik wel kindertjes die wel blij en tevreden opeten wat ik voor ze kook!’ Misschien pedagogisch niet helemaal verantwoord, maar jammer dan. ‘En nu naar boven, douchen, pyjama aan en in bed!’ ‘Krijgen we geen toetje?’ probeert er nog een.

Tss, wat denkt ie zelf, wegwezen met zijn tweeen! Arjen begrijpt de ernst van de situatie en sluipt met de staart tussen de benen naar boven (bij wijze van spreken dan). Christoph die nergens de ernst van in ziet, schiet achter hem aan.

Als ik een paar minuten later achter ze aan naar boven loop, hoor ik ze overleggen onder de douche, Arjen denkt hardop: ‘Zou mama echt weggaan?’ ‘Nee, dat wil ik niet hoor.’ Christoph antwoordt iets, ik versta het niet. Arjen weer: ‘Nee want als ze 15 jaar getrouwd is, zouden we naar Disney gaan en dat is al bijna, want ze is bijna 11 jaar getrouwd.’ (Dit plan is ooit eens geopperd, maar inmiddels al lang weer van de baan, maar dat weten zij niet, dat doen we vast nog wel eens, maar niet met ons 15 jarig huwelijk)  

‘Ik wil wel naar Disney, ’ zucht hij.  ‘Ik ook,’ hoor ik Chris zeggen.

‘We moeten, denk ik, echt iets leuks doen voor mama, een cadeau kopen ofzo’, stelt Arjen voor. ‘Ja of een tekening maken,’ denkt Christoph. ‘Nee, geen tekening, die heeft ze al genoeg, we moeten echt iets moois kopen als ze 15 jaar getrouwd is. Dan gaan we sparen en dan geef jij mij al jouw geld en dan ga ik naar de stad, want dan ben ik 11 en dan mag ik vast wel alleen naar de stad. Maar jij bent dan pas 9, dus dan mag jij nog niet alleen de Beatrixlaan over (dat heeft Arjen goed gezien), dus ik ga alleen en dan koop ik van ons geld het allermooiste cadeau wat er is voor mama.’

Christoph komt al met suggesties, ik spits mijn oren, want ik ben uiteraard heel benieuwd wat dat allermooiste cadeau dan volgens hen wel niet is. Christoph blijkt mij al aardig goed in te kunnen schatten: ‘Dan moet jij een boek kopen voor mama, of een mooie ketting.’ Keurig Christoph, jij kent je moeder goed. Maar Arjen is het er niet mee eens en wijst al deze fantastische ideeen van de hand. ‘Nee, het moet echt een heel duur cadeau zijn, we kopen een konijn voor mama.’

Ik sta verbijsterd op de overloop met de wasmand in mijn handen. Een konijn? Hoe is hij daar nou opgekomen? Wat moet ik daar nou mee? Ik heb echt niets met konijnen, nooit gehad en dat zal waarschijnlijk ook niet meer komen, ik vind ze zelfs niet eens lekker. Geen Flappie voor mij met de kerstdagen. Op de een of andere manier moet ik er toch voor zorgen dat Arjen iets meer gaat luisteren naar de ingevingen van zijn kleine broertje. Want een konijn voor mijn 15 jarig huwelijk lijkt mij niet zo’n leuk cadeau, ik heb nog 4,5 jaar om hem op andere gedachten te brengen en te zorgen dat Christophs mening wat meer gewicht in de schaal legt.

O ja en ik moet ze ook nog vertellen dat we niet naar Disney gaan…dat doen ze maar een keer met Ome Remco.

vrijdag 1 februari 2013

Als ik kon vliegen dan vloog ik naar jou.


Deze poëtische zin ontsproot daarstraks aan het brein van mijn oudste zoon en deed zijn vader jaloers opkijken.

Vanmorgen zitten wij met zijn allen aan tafel. Alhoewel zitten, het lijkt er op, ik loop heen en weer tussen keuken en eettafel, Christoph hangt zoals gebruikelijk scheef op een stoel en schuift zijn brood naar binnen. Yfke zit, als de koningin die ze is, aan het hoofd van de tafel en houdt alles in de gaten, Frank is ook aangekleed en al aangeschoven en probeert te onthouden dat ie vanmorgen naar de tandarts moet en Arjen zit te schrijven en te eten tegelijk.

Inderdaad te schrijven, want hij toen hij beneden kwam lag daar nog het vriendenboekje van een van de meisjes uit zijn klas en als Arjen ergens een hekel aan heeft, dan is dat werk dat blijft liggen. (Dat heeft ie van zijn moeder, ik kan ook niet zitten, als ik nog rommel of strijkgoed of wat dan ook zie). Hoe dan ook, Arjen vond dus dat het boekje nog ingevuld moest worden voordat we naar school zouden gaan. Hij heeft er een mooie pen voor opgezocht en zit nu heel nauwkeurig al de vragen in te vullen.

U kent dat wel, die vriendenboekjes: wat is je naam, waar woon je, wat is je liefste wens, wat lust je graag, etc. Ik heb er in mijn basisschoolcarriere al de nodige ingevuld. Na de overstap naar het voortgezet onderwijs dacht ik er van af te zijn, maar toen kwam Arjen met de regelmaat van de klok met deze boekjes thuis. Al bij de kleuters blijkt dat een populair gebruik te zijn. Terwijl ik dan denk ‘die kinderen kunnen helemaal nog niet lezen, laat staan de meeste van die vragen begrijpen, maar goed als moeder vul je dan braaf al die boekjes in, want schrijven kan groep ½ evenmin.

Maar nu zit Arjen in groep 3 en kan hij heel goed zelf lezen en schrijven, dus hij mag al die boekjes lekker zelf invullen. Je zou denken dat we ondertussen ook de meeste klasgenootjes al hebben gehad, maar sommigen beginnen vrolijk aan een tweede boekje en dan mag iedereen dus weer opnieuw. Da’s misschien eigenlijk ook best leuk, dan kun je vergelijken wat er verandert en gelijk blijft.

Druk met eten, lezen en schrijven zit Arjen over het boekje gebogen. Wie wonen er allemaal bij jou in huis, wat wil je later worden, waar zou je met de hele klas naar toe willen? Frank kijkt over zijn schouder mee en constateert, dat Arjen alles precies zo opschrijft als je het zegt en her en der de S verkeerd om schrijft. Het ziet er allemaal heel schattig uit. Arjen doet er echt zijn best op. En dan komt de volgende vraag: ‘Als ik kon vliegen, dan…..’ Ik neem aan dat de meeste kinderen een of andere tropische bestemming zouden invullen of anders Disneyland ofzo, maar zo niet onze zoon. In onze zoon blijkt een romanticus te schuilen, want zonder blikken of blozen, noteert het ventje: ‘Als ik kon vliegen, dan vloog ik naar jou.’

Dat is toch een zin die je zo in een of ander liefdeslied kan aantreffen! Frank die nog steeds meeleest is er behoorlijk van onder de indruk. ‘Zo Arjen, als jij zo doorgaat, dan moeten we hier straks dranghekken voor de deur gaan plaatsen. Dan loopt het storm met al die jongedames die zich hier voor jouw voeten komen werpen.' ‘Die zin had ik vroeger wel willen gebruiken!’ Als ik de verhalen van ‘vroeger’ een beetje mag geloven was de vader van het jongetje zelf ook een graag geziene gast bij het vrouwelijk schoon, dus waarschijnlijk had hij dergelijke zinnen ook wel paraat. Casanova schijnt een kleintje te zijn geweest vergeleken bij Frank. (Jammer dat je, als de buit eenmaal binnen is, daar weinig meer van merkt…).

Het gaat echter allemaal aan Arjen voorbij, dat hij hier blijk geeft van grote literaire kwaliteiten, heeft hij niet door. Het maakt namelijk ook helemaal niet uit. Het kan hem niets schelen als er allemaal meisjes hier voor de deur staan. Hij weet toch al dat ie met Naomi gaat trouwen, dus…

Maar goed, we hebben nog een zoon, misschien zit er iets voor hem tussen…

vrijdag 25 januari 2013

Echt ongerijmd!


Sinds een maand of vier zit Christoph ook op school, zijn vader en ik zijn heel benieuwd of juf Wil hem beter afgericht krijgt dan wij, want het lijkt soms onbegonnen werk. Voorlopig lijkt dat goed te lukken, want we hebben tot op heden nog geen klachten gehad.

Maar goed, to the point, in vier maanden tijd is mijn kleine kereltje opeens een hele vent geworden. Hij houdt er inmiddels net als Arjen een heel sociaal netwerk op na, hij gaat zo af en toe eens uit spelen, maar vooral gaat zijn ontwikkeling ongemerkt met sprongen vooruit.
                 
In tegenstelling tot zijn grote broer vond Chris de peuterspeelzaal een plek om te spelen. Het woord zegt het ook eigenlijk al, peuterspeelzaal, maar goed, wij waren gewend aan de instelling van Arjen. Die is leergierig tot en met en zag de peuterspeelzaal echt als zijn eerste stap in het maatschappelijke leven. Chris dus niet, die speelde en vond alles prima. Het had wat hem betreft ook nog wel wat langer gemogen, maar nu hij op school zit is dat opeens toch ook wel interessant.

Opeens begint er nu een cognitieve concurrentiestrijd tussen de twee broers. (Die fysieke strijd was een poosje eerder al beslist in het voordeel van Christoph, want die kon Arjen niet de baas met woorden en gebruikte dus andere middelen om zijn gelijk te halen.)

Arjen heeft het voordeel van het ‘oudstebroerzijn’, hij kan alles al, weet alles al, en is ook voor ons als ouders steeds degene die als eerst een bepaalde ontwikkeling meemaakt. Wat voor Chris nieuw is, is voor ons drietjes gesneden koek en Arjen is uiteraard niet te beroerd om dat aan zijn broertje te laten voelen. Maar die laat zich ook niet uit het veld slaan. Als Arjen een woord leert (groep 3), dan heeft Chris er drie geleerd, en als Arjen ‘bus’sommen heeft gemaakt, dan heeft Christoph ‘trein’sommen gemaakt. Je moet ze eens horen als wij naar huis fietsen.
 
Ik roep naar Arjen die voor mij fietst: ‘En Arjen nog een nieuw woord geleerd vandaag?’ ‘Ja’, buik, roept hij achterom kijkend naar ons. Nog voordat Arjen en ik hierover uit gesproken zijn moet Chris zich ook in het gesprek mengen: ‘Ik heb ook een woord geleerd.’ ‘Niet waar, bij Juf Wil leer je geen woorden,’ roept Arjen achterom, ‘toch mama?’ Ja, ik weet ook wel, dat Chris geen ‘echte’ woorden leert schrijven zoals Arjen, maar het is ook zo wat om zijn kleuterschoolactiviteiten gelijk te bagatelliseren, dus als ik informeer, wat hij heeft geleerd luidt het antwoord: ‘bloempot, zeehond en knakworst.’ Arjen staat gelijk op zijn achterste benen, want dat kan echt niet en dat heeft hij nooit geleerd en hij kan het weten want hij heeft 2 jaar al bij juf Wil gezeten, toch mama?

Deze strijd herhaalt zich dus geregeld. Chris wil niet onderdoen voor Arjen en verzint er dus gewoon een aantal leerprestaties bij.

Nu denk ik ook inderdaad niet dat hij bloempot, zeehond en knakworst heeft leren schrijven bij juf Wil, maar hij krijgt wel oog voor letters en gevoel voor klanken. Bepaalde letters herkent hij (de M van MacDonalds, die is erg belangrijk) en bovenal begint hij met rijmen. VIS PIS, en STOEP POEP, zijn natuurlijk favorieten, of wat te denken van Yfke de Pyfke en Arjen de Parjen, hij rijmt wat af. En dat gaat best goed. Maar na vanmiddag begin ik toch een beetje te twijfelen aan de studievoortgang van onze middelste.

We zitten met zijn drietjes op de bank en ik lees Yfke en Christoph voor uit een boekje over Donald Duck die het aan de stok heeft met de kleptomane eekhoorntjes Knabbel en Babbel. De beestjes hebben de boot van Donald gestolen in een poging om eikeltjes te gaan zoeken aan de overkant van het meertje. Leuk verhaaltje…maar goed. Ik zit dus voor te lezen als plotseling Christoph mij onderbreekt: ‘He mama, dat rijmt!’ Ik wil hem al gaan prijzen, want het ligt natuurlijk nogal voor de hand dat hij de rijmmelarij rondom Knabbel en Babbel heeft ontdekt. ‘Ja heel knap hoor Chris dat rijmt. Goed gehoord van jou!’

‘Ja mama, luister maar goed,’ hij stelt zich recht tegenover mij op en steekt heel schoolmeesterachtig zijn vingertje in mijn richting en dan proclameert hij: ‘Knabbel…en ik verwacht Babbel te horen, dus ik doe mijn mond al open om met hem mee te doen, maar dan klinkt er op eens iets heel anders: Knabbel (hij wacht even om de spanning op te bouwen en dan komt het….Vuurwerk.

Ik schiet in de lach, vooral om het eigenwijze smoeltje dat hij erbij trekt. Het woord vuurwerk komt in de hele tekst niet voor, laat staan dat het rijmt. Dus misschien toch maar vast aanmelden voor remedial teaching, je kunt er tegenwoordig niet vroeg genoeg bij zijn…

 

maandag 31 december 2012

Oud en Nieuw - zoon en puzzelstukjes kwijt


Onze kleine jongen wordt groot, het is alleen jammer dat we er op deze manier achter moesten komen. Hij is vanmorgen helemaal alleen naar het winkelcentrum gelopen en weer terug en het winkelcentrum is nou niet bepaald hier om de hoek. Frank en ik hebben even toch een heel benauwd uur gehad vanmorgen.

Wat was het geval: Ik moest vanmorgen vroeg op pad voor boodschappen. Ik had nogal wat nodig, dus ik moest met de auto. Frank wilde om 10.00 met zijn zus even op visite bij zijn dementerende tante in Hank en daarvoor nog even langs de dokter vanwege oorontsteking, ik moest dus een beetje opschieten met de boodschappen. Omdat ik niet wist hoe laat Frank bij de dokter terecht kon en hij daar op de fiets heen moest zou ik de jongste twee meenemen. Arjen kon eventueel wel mee naar de dokter, daar heb je geen last van. 

Zodoende zat ik om 8.30 met twee kinderen in de auto richting Nettorama. Christoph zat zijn zus ontzettend te treiteren en ik dreigde hem naar huis te brengen, hij ging uiteraard gewoon door, dus al voor we het dorp uit waren heb ik dat dreigement omgezet in daden en de auto op de kruising rondgegooid en het joch bij zijn vader afgeleverd. Ik weer naar de netto.

Ondertussen was Frank thuis eindelijk door de telefoonbarriere van de doktersassistente gekomen en hij mocht direct even langskomen. De dokter kent Frank en zijn linkeroor erg goed, dat is dus nooit loos alarm. Frank hijst de mannetjes in hun jassen en zet de fietsen klaar om te vertrekken. Christoph gaat zonder mokken mee, maar Arjen heeft er niet veel zin in. Hij is dagen bezig met een puzzel van 1000 stukjes en gisterenavond hebben Frank en ik samen met hem de puzzel bijna afgekregen en nu naderen we het eind. Hij wil dus heel graag verder puzzelen. Maar Frank wil niet dat ie alleen thuis blijft, dus hij moet mee. Met tegenzin trekt hij jas en schoenen en aan en loopt mokkend richting fietsje. Die zit op slot, dus Frank weer naar binnen om de sleutels te pakken…hij komt weer buiten en weg Arjen. Maar dan ook echt weg! Nergens meer te vinden. Frank zet Chris op de fiets en rijdt door het dorp, gaat het vragen bij zijn vriendinnetje een paar huizen verder. Geen Arjen.

Op dat moment kom ik thuis met de boodschappen, Frank is ondertussen in alle staten, we laden de boodschappen uit en ik neem Christoph van hem over en Frank gaat richting dokter. Nu ben ik dus op zoek naar Arjen en als ik mijn zoon een beetje ken (en dat doe ik bij deze wel, bij Christoph is dat beduidend minder) zou het me niets verbazen als hij daadwerkelijk naar de winkels is gelopen is. Dat is zo’n 20 minuten lopen voor een volwassene. Ik ruim de boodschappen op, nog niet echt in paniek en hijs vervolgens Yfke en Chris in hun jasjes en zet ze op de fiets. Het grote zoeken is begonnen en ik fiets het dorp uit, langs de scholen (hij zal toch niet helemaal naar de winkels gelopen zijn?), terug naar het voetbalveld, door alle steegjes in Dalem, maar nergens.

Ik ga aanbellen bij vriendjes, daar is ie niet, ik zie een buurvrouw op de fiets thuiskomen met een tasje van de bakker, heeft zij hem misschien gezien, ook niet. Misschien is ie inmiddels thuis, weer even langs de buurvrouw, nee nog niet gezien. Ik fiets weer verder en maar roepen: ‘Arjen’. Ik vraag het aan de grote knullen die vuurwerk staan af te schieten op het pleintje, ze hebben hem niet gezien, maar beloven hem naar huis te sturen. Ik besluit nu maar de route door de nieuwbouw te nemen en weer richting winkels te gaan. Maar hij zal toch niet echt die drukke weg overgestoken zijn, hoe vaak waarschuw ik daar niet voor, ze rijden daar makkelijk 80!

Ondertussen zijn we 3 kwartier verder en fiets ik voor de tweede keer het dorp uit. Ik zie hem nog steeds nergens en ga dan maar echt richting winkelcentrum, maar daar zie ik hem, halverwege het fietspad richting Dalem in zijn grijze jasje met zijn handen in zijn zakken.

Zo gauw hij mij ziet begint ie al huilend te rennen: ‘mama, ik was helemaal naar de netto gelopen en ik heb bij alle auto’s gekeken of jij er was, maar onze auto stond er niet, toen ben ik maar weer terug gegaan en overal was geknal en vuurwerk en ze gooiden het allemaal naar mij’… dikke tranen, groot verdriet. Maar ik ben tegelijk boos en opgelucht. Boos omdat ie niet geluisterd heeft naar Frank en zijn eigen plan heeft getrokken door weg te lopen. Opgelucht omdat ie de weg zo goed weet en weer terug is.

Ik besluit dat Frank straf mag uitdelen, want dat is degene wiens gezag ondermijnd is. Maar een flinke preek geven kan ik wel. Ik laat het ventje wel even duidelijk merken dat dit absoluut niet kan en som alle mogelijke gevaren en gevolgen even op. Laat dat duidelijk zijn! ‘En je moet sorry zeggen tegen papa.’ Maar dat durft ie niet, zodra Frank thuiskomt van de dokter wil ie zich verstoppen achter een stoel. Helaas voor hem gaat dat feest niet door. Hij zal zijn vader onder ogen moeten komen.

Ik geloof dat de boodschap wel over is gekomen, poeslief gaat ie verder aan zijn puzzel. Als Frank later dan gepland, op weg is naar zijn tante vraag ie met een klein stemmetje of ik aan niemand wil vertellen dat ie is weggelopen, hij schaamt zich behoorlijk voor deze actie. Dat zal ik dus ook niet doen. (maar hij heeft niets gezegd over opschrijven.)

Pfff, moeder zijn lijkt wel met het jaar lastiger te worden. Ondertussen puzzelt mijn zoon door, en wat is nou het ergste, er zijn nog twee stukjes kwijt ook, kan ie hem nog niet eens afmaken. Wij gaan 2012 al zoekend uit…