vrijdag 29 november 2013

Sinterklaas

Sinterklaas bestaat niet! Mag ik dat plaatsen? Kan ik er van uitgaan dat de tere kinderzieltjes dit niet lezen. Ik vermoed van wel, dus bij deze: Sinterklaas bestaat niet.

Sinds afgelopen maart weet onze oudste zoon dat. Hij kon er maar niet over uit. Zijn oma werd maar 57 en Sinterklaas is misschien al wel 1000 jaar. 'Ik snap er niets van mama.' En hij had gelijk, daar was ook niets van te snappen. Dat was voor mij de eye-opener om aan het mannetje uit te leggen, dat de beste Sint een verzinsel is, een gezellig feest dat wij met zijn allen hier in Nederland bedacht hebben. Hij had er geen enkele moeite mee en vond het allemaal een goede grap. Gelukkig maar, want stel je nou eens voor dat hij had gezegd: 'En God dan? Is die ook een verzinsel?' Die vraag had ik hem dan niet kwalijk kunnen nemen.

Daardoor sta ik er gelijk ook heel anders in, in het in stand houden van de 5 decembermythe. Ik weet niet of je Sinterklaas moet beschouwen als liegen tegen je kinderen, maar daar komt het eigenlijk wel op neer. Voorheen had ik er geen moeite mee om mijn kinderen in de waan te laten dat er een oude man uit Spanje komt om cadeautjes te brengen, maar dit jaar vind ik het een stuk lastiger. Ik manoeuvreer een beetje om de opmerkingen van Christoph heen, ik lieg niet, maar vertel ook de waarheid niet.

Maar ik merk dat het eigenlijk niet uitmaakt of ik nu lieg of niet. Ze geloven wat ze willen geloven. Vandaag vraagt Christoph hoe oud Sinterklaas eigenlijk is en ik antwoord: 'niet zo heel oud hoor, het is toch niet een echte meneer, maar iemand die zich heeft verkleed?' Het lijkt wel alsof hij het niet hoort, hij kletst gewoon verder. Hij hoort niet eens dat ik zeg dat Sinterklaas niet echt is. Hij ziet hem toch op TV, in winkels en overal. Christoph is horende doof.

Zelf Arjen die precies weet hoe het zit en weet dat ik de cadeautjes koop zit er weer helemaal in. Het Sinterklaas journaal wordt gevolgd en hij leeft helemaal mee met de luisterpiet en gelooft ook echt dat de staf zoek was en maakt zich zeer bezorgd of het allemaal wel goed zal komen met pakjesavond. Maar af en toe herinnert hij zich het gesprek weer dat wij in april op de rand van zijn bed hadden. Zijn verlanglijstje stopt ie niet in zijn schoen, maar levert hij bij mij in. Bepaalde artikelen uit de speelgoedfolders worden met klem onder mijn aandacht gebracht. En af en toe wordt er geïnformeerd naar het budget van Sinterklaas, zodat hij wat gerichter kan zoeken.

Maar het schattigst was wel afgelopen zaterdagavond. Vol enthousiasme hebben we 's morgens de Sint binnengehaald in Gorinchem. Hij zit er helemaal in, zingt liedjes, maakt tekeningen voor in zijn schoen, kijkt het Sinterklaas journaal noem maar op. Maar net voor hij naar bed gaat, komt ie vlak bij mijn oor staan en fluistert: 'mama, ik heb de pepernoten die ik vandaag gehad heb in het zakje laten zitten. Het staat in de kast, dan kun je die straks strooien als je de cadeautjes in de schoen doet.'

Is dat nou niet lief? Leuk hoor als ze tussen wel of niet in
zitten.

vrijdag 11 oktober 2013

penisnijd dl. II

Waarschijnlijk heb ik het over mezelf afgeroepen. Lang geleden toen ik zwanger was van de eerste, leek het me geweldig om een jongetje te krijgen. Voor mijn gevoel was ik meer een jongensmoeder dan een moeder die met strikjes en dergelijke in de weer gaat. Volgens mijn schoonmoeder schijn ik ook gezegd te hebben dat het me geweldig leek om later met een heel stel van die grote knullen rond de eettafel te zitten. Nu zit ik dan nog niet met grote knullen aan de tafel, maar ik ben tegenwoordig wel de enige vrouw in huis.

Ik hoor u denken: ‘de enige vrouw?’ ‘En dat kleine blauwogige blonde koninginnetje dan, dat je altijd bij je hebt, dat is toch een meisje?’
En daar moet ik u gelijk geven, want inderdaad, dat is een meisje. Al na 13 weken zwangerschap werd dat geconstateerd door de echoscopiste toen ze zei: ‘Deze soort heb je nog niet.’ Stiekem vond ik dat na twee knullen natuurlijk erg leuk, een meisje erbij. Mijn gezinnetje compleet, met knullen en een meisje! Maar sinds een maand of zes ben ik toch echt weer de enige vrouw in huis, want mijn dochter is een ‘nonnetje’ (lees: jongetje). Ze blijft bij hoog en laag beweren dat ze geen meisje is, maar een jongetje. Ze is het prototype van een ernstig geval van penisnijd, maar hoe kan het ook anders, met twee broers boven je.

Gezien hun leeftijd gaat het hele stel geregeld met elkaar onder de douche of in bad en daar is het waarschijnlijk allemaal mee begonnen. De mannen kennen allerlei leuke trucjes met hun piemeltjes en hebben de grootste lol terwijl ze die trucjes aan elkaar demonstreren. Het zusje zit erbij en kijkt ernaar en snapt er helemaal niets van. Je ziet gewoon dat er in dat kleine blonde hoofdje vanalles omgaat. Ze kijkt naar haar broers en kijkt eens naar zichzelf en mist toch echt een wezenlijk onderdeel. Maar helaas leidt die conclusie niet tot acceptatie van het feit dat ze dus een meisje is, mevrouw gaat het gemis compenseren.

Zomaar een paar voorbeelden: ze draagt geen rokjes en jurkjes meer, bloemetjesonderbroeken zijn taboe, onderbroeken van je broers zijn fantastisch en die draagt ze wel. Met poppen wordt niet gespeeld, auto’s en wild doen met de broers zijn favoriet. Verkleden met je broers, niet in de mooie prinsessenjurk, maar in het piratenpak. Als je gaat zwemmen trek je niet je badpak aan, maar de zwembroek van Christoph. En degene die haar ook maar aanspreekt met ‘vrouwtje’of ‘meisje’ kan rekenen op een zeer verwijtende blik en de opmerking: ‘ben niet meisje, ben een nonnetje!’ Noem haar ook niet mooi, ze is stoer. Ze loopt met takken en buizen tussen haar benen en heeft zo haar eigen piemel gemaakt. En zo zijn er nog tal van voorbeelden te noemen.

Onlangs werkten de juffen op de peuterspeelzaal rondom het thema familie. Allerlei begrippen werden geleerd, liedjes gezongen en geknutseld met foto’s van het eigen gezin. Ook moesten ze zichzelf schilderen. De juffen hadden al wat voorwerk gedaan, alle jongens verfden een kleurplaat van een jongetje en alle meisje kregen ook een kleurplaat met daarop een meisje met een staartje in het haar. Braaf heeft onze dochter haar schilderij roze geverfd (roze is dan weer geen enkel probleem!?) en na een paar weken kwam het mee naar huis. Omdat wij hier de gewoonte hebben om de kunstwerken van onze nageslacht een poosje te exposeren, hing ik ook het schilderij van een roze Yfke aan de muur.
Binnen een paar minuten stond mevrouw al bij de muur. ‘Moete niet ophanne, is stom Yfte is niete meisje.’ Ze trok de tekening van de muur en begon het opgeplakte roze meisjeshoofd eraf te trekken en verscheurde het werk. Vervolgens bleef er alleen een geel velletje papier met haar naam erop over, dat ik dan weer aan de muur mocht hangen.

Die ene keer dat we haar dan in een jurk weten te krijgen, zijn we ook helemaal in de gloria. Tante Liane kwam een fotoshoot doen van de kinderen. Erg leuk, met allerlei verschillende verkleedkleren aan. En ik maar hopen dat ze schattig in het prinsessenjurkje zou poseren. Nou mooi niet dus, we hebben eerst de mannen in prinsessenoutfit gehesen en toen wilde ze dan ook wel, maar het ging niet van harte. Of afgelopen zondag, we gingen naar een doopdienst in een kerk waar het gebruikelijk is dat alle vrouwen een rok dragen. Dus zij moest er ook eentje aan. Het overhalen van Yfke ging eigenlijk vrij gemakkelijk, want ze wilde zo graag mee met mij dat ze die rok voor lief nam. We hebben een stoere spijkerrok gekozen en ze heeft hem de hele dienst aangehouden. Maar na de dienst moest er geplast worden en ze kijkt me met glimoogjes aan: ‘nu magge rok uit?’ Maar goed, ik tel mijn zegeningen, zo heel af en toe heb ik dus toch een dochter…


Het gaat vast wel over? Toch?

donderdag 29 augustus 2013

TV

Een paar weken geleden stond ik op zondagmorgen met een bak thee in de kerk en had ik een heel normaal kletspraatje met een bekende. Een week later hadden wij thuis geen telefoon en geen televisie meer en sliepen de jongens op een kamer, hadden ze allebei een nieuw bed en had ik voor de volledigheid hun kamers maar even geschilderd en allerlei nieuwe decoraties gemaakt. Omdat ik daar op facebook af en toe melding van maakte, kreeg ik een heleboel vragen over wat nou het verband en de logica achter deze nogal rigoureuze veranderingen was. Ik ga in het hieronder volgende blog duidelijkheid proberen te verschaffen. Met de nadruk op proberen, want of ik het geheel kan ophelderen vraag ik mezelf ook af.

Goed, laat ik beginnen bij het begin. Ik hou een kletspraatje met deze kennis en we hebben het over de beroemde en beruchte spelcomputer WII, mijn jongens en die van hem hebben er een, en we wisselen ergernissen rondom dat ding uit. Ergernis nummer 1 is dat de jongens het liefst heel de dag achter dat ding zouden zitten als ze de kans krijgen en dat wij gek worden van het schijnbaar bijbehorende gegil en gespring voor de TV. Kennis vertelt dat zijn jongens per dag een uur computertijd hebben, en daar telt hij ook de gewone laptop bij. Ik informeer of hij daar dan ook de tijd bij optelt die gebruikt wordt voor TV kijken, maar Kennis antwoord dat hij geen TV heeft en als ze iets willen zien dat het ook via internet kan, en ja dat telt hij inderdaad bij de computertijd op.

Tijdens de boterham vertel ik dit aan mijn echtgenoot en die ziet er wel (financieel) voordeel in. ‘Dat zouden wij ook moeten doen en dan doen we ook gelijk de telefoon weg, want we zijn allebei mobiel en ik bel nota bene gratis via mijn werk.’ Binnen een kwartier heeft mijn man via internet ons abonnement omgezet en zijn wij vrij van de banden van de TV en telefoon. Dit gaat mijn verwachtingen (die had ik eigenlijk niet eens, het was meer een mededeling) te boven. Wie Frank een beetje kent, weet dat hij erg graag kijkt naar allerlei vormen van sport en actualiteiten, dus het door hem opzeggen van de TV is best een onverwachte en vooral radicale actie te noemen.

‘Maar oke, wat doen we nu met die TV, die hoeft niet meer in de kamer te blijven staan’, redeneer ik. ‘Nee, die TV kan met WII en DVDspeler naar boven,’ oordeelt Frank.
Dan hebben we gelijk het eerste probleem te pakken, want waar gaan we hem dan neerzetten. ‘Niet op onze slaapkamer hoor, ik hoef niet alle vriendjes van Arjen en Christoph op en in mijn bed als ze WII-en of een filmpje kijken.’ ‘Dan bij een van de jongens?’ oppert Frank. Dat vind ik dus ook een heel slecht idee, want ik voorzie al allerlei ruzies. Stel de WII staat bij Arjen op de kamer en Chris wil spelen, maar Arjen wil niet dat Chris op zijn kamer komt of andersom. Dat is geen strak plan. Maar waar dan? Op zolder in een heel klein hoekje, waar nu de lego staat? Ook niet handig, als je nagaat hoe de mannen springen en doen tijdens het WIIen. Dan zijn we eigenlijk wel door onze opties heen.
Het enige wat ik nu nog kon bedenken is om een slaapkamer op te offeren en in te richten als speelkamer, met alle lego, playmobil, duplo, de knutseltafel (die eigenlijk ook beneden weg moet) en de mannen bij elkaar te parkeren. Daar vragen ze al heel lang om en tot nu toe laat ik ze weleens bij elkaar logeren, maar hield ik verder de boot af. Nu zie ik toch langzaam een oplossing uit de mist opdoemen.

Frank gaat akkoord en ook de mannen springen een gat in de lucht. De dag erna schroef ik de bedden uit elkaar, en de grote interne verhuizing is begonnen. Nu, anderhalve week later ben ik nog steeds erg tevreden, de mannen slapen prima, wij zijn van de TV af en ik heb bij deze uitgelegd aan al mijn ‘volgers’ hoe de vork precies in de steel zit.

Nu volgt het volgende projectje. Want niet alleen de mannen hebben een nieuw bed, ook Hare Majesteit onze dochter heeft het ledikant ingeruild voor een groot bed. De zoektocht naar het bed was nog een heel gepuzzel, want er is maar een beperkte ruimte op Yfke d’r kamertje. Nadat ik eindelijk van twee boekenkasten, een bedbodem en een matras een passend bed in elkaar geschroefd heb (de ruimte is maar 2 meter en ieder bed is groter, ontdekte ik), weigert de koningin om er in te slapen. Ze vindt het bed ‘plachtig, heel mooi mama’, maar gaat er niet in liggen ‘isse te heet’ is de verklaring. Na een enorme woede-uitbarsting (peuterdrift in zijn zuiverste vorm)  heeft ze haar babymatrasje, dat ik even op onze kamer had geparkeerd, teruggesleept. Zelf een lakentje eromheen gedaan en ligt ze nu klem tussen kast en poef op de grond naast haar nieuwe bed, al twee weken! Ze vertikt het om in het nieuwe bed te slapen. Ze gaat ook niet meer ‘naar bed’, maar ze gaat ‘op matlasje’, als ik zeg dat ze naar bed moet krijg ik steevast dit antwoord. ‘Yfte gaat niet naar bed, Yfte gaat op matlasje’…dusss hoezo  eigenwijs? Voor nu vind ik het eigenlijk best, zolang ze op haar kamer blijft als ik dat wil, hoor je mij niet klagen. Uiteindelijk zal ze wel moeten, dan past het gewoon niet meer, maar toch…


Iemand tips hoe we dit nu weer gaan aanpakken?

donderdag 18 juli 2013

Bravoure

Kent u dat?  Dat je een bepaalde voorstelling bij je kind hebt of een bepaald verwachtingspatroon en dat het dan niet op blijkt te gaan voor het kind in kwestie. Zo had ik het idee dat ons meisje een lief, schattig, vlechtjes- en jurkjesdragend prinsesje zou worden, maar het tegendeel is waar, ze zou het liefst een jongetje zijn, draagt nooit jurkjes en ik heb geluk als ik uberhaupt met een kam in de buurt mag komen.

De afgelopen jaren hebben Frank en ik ook onze visie op de mannen al moeten bijstellen. Wij hadden verwacht dat Arjen de afwachtende, verstandige en voorzichtige broer zou zijn en de tweede meer van het type ‘7 sloten tegelijk’. Maar niets is minder waar, Arjen hangt roekeloos in de hoogste bomen, springt over (en in) sloten, vangt kikkers, experimenteert met van alles en nog wat en zou zich onmiddellijk aanmelden als er nog bemanningen werden geronseld om bij de V.O.C. de nieuwe wereld te ontdekken.

Christoph blijkt het watje van de familie en dat geheel tegen de verwachtingen in. Hij heeft altijd het hoogste woord als het op stoere dingen aankomt, hij zal wel even dit en hij doet wel even dat, maar als puntje bij paaltje komt hangt hij in het zwembad om mijn nek, omdat ie bang is om los te laten, stapt hij maandenlang niet meer op zijn fietsje omdat hij een keer bijna gevallen is en hij durft niet van de glijbaan. (die was nog geen meter hoog). En hij zou zeker niet aanmonsteren bij de V.O.C! Al dat water…en lang weg van je moedertje, dat is dus niets voor Chris. Maar goed, Chrisje zit dus nog steeds bij moeders achterop de fiets en hij wordt er niet lichter op. Ik vond het hoog tijd dat meneer zelf ging fietsen, want ik heb ruim 35 kilo extra op mijn fiets met hem en zijn zus erbij en dan heb ik alle boodschappen en tassen nog niet meegerekend. Ik ben echt zo’n moeder waar koningin Maxima, toen nog niet eens prinses, diep respect voor had, toen ze voor het eerst in Nederland kwam. Moeders met twee kinderen op de fiets en overal waar het maar mogelijk is boodschappen aan de fiets. Maar goed terug naar Christoph.

Aan het begin van 2013 stelde ik mijzelf een doel per kind. Eind van het jaar moest Arjen zijn zwemdiploma’s hebben gehaald, Yfke moest zindelijk zijn en jawel, Christoph moest zelf naar school fietsen, zonder zijwielen!

Doel 1 was in no-time bereikt. In februari en maart mocht Arjen respectievelijk het A- en het B-diploma in ontvangst nemen. De zindelijkheidstraining en het fiets-zonder-zijwieltjes-traject werden even geparkeerd tot in het voorjaar / zomertijdvak. Het moet ook wel leuk blijven, je laat je kind niet met winterweer en herfstwind leren fietsen (en gaat er zelf niet in de regen achteraan rennen) en met blote billen zindelijk worden in de koude winter is ook zo zielig.

Dus toen het voorjaar eindelijk gearriveerd was, was Chrisje de eerste die er aan moest geloven. Zijn fietsje werd uit de schuur gehaald en de hulpmiddelen verwijderd. Nu was het een kwestie van opstappen en fietsen…niet dus. Chris vertikte het, hij voelde zich absoluut niet zeker en ging niet fietsen. Frank heeft erachteraan gelopen, ik heb mijn best gedaan en zelfs ome Remco heeft een poging gewaagd, maar Chris ging niet fietsen. Dus zetten wij de wieltjes er maar weer aan, fietste hij ten minste zelf naar school. ( De helft van mijn doel bereikt, maar dat is niet genoeg.) Dit heeft zich enkele malen herhaald, tot ik op het lumineuze idee kwam om een kleiner fietsje te gebruiken. Misschien zou hij als ie met zijn voeten helemaal plat op de grond kon wel zelfverzekerder opstappen. Een kleiner fietsje werd geleend en jahoor, daar ging meneer. Het heeft mij een middagje speeltuin gekost (de zon scheen, he vervelend). Ik zat op een bankje terwijl Chris zichzelf leerde fietsen (luie moeder? Absoluut!). Ook weer opgelost, na een week stapte meneer over op de grote fiets en hij rijdt nu overal zelf heen. Van een bang mannetje werd het ineens een kereltje met bravoure.

Nu hij de vaardigheid van het fietsen onder de knie had, kreeg zijn zelfvertrouwen een enorme boost. Op het opschepperige af…Met dat hij kan fietsen komen ook de stoere praatjes weer terug. De zondag na de bewuste Chris-kan-fietsen-dag (14 juni), gaan wij naar opa en tante Saar op de camping. Let op, dit is dus krap twee dagen later…Chris, helemaal in de ban van het fietsen, neemt zijn geleende fietsje mee. Opa staat met de caravan nogal ver van de parkeerplaats, dus dit was geen verkeerd plan van mijn zoon.

Aangekomen bij de receptie lopen we een andere kleinzoon van opa en tante Saar met zijn ouders tegen het lijf. Het mannetje wordt door zijn moeder voortgeduwd op een fiets zonder zijwieltjes en het geheel ziet er nogal instabiel uit. Ook Christoph registreert dit, terwijl wij met zijn allen richting caravan lopen komt de bravoure in Christoph weer naar boven. Stoer en een ietwat minachtend kijkt hij naar het wiebelig fietsende jongetje die ontzettend zijn best aan het doen is om op zijn fietsje te blijven zitten en vooruit te komen en zegt: ‘Kan jij nog niet fietsen?’ Op zo’n toontje waaruit je kunt opmaken dat hij dat maar zwakjes vindt. Terwijl hij hard wegscheurt en zo even laat zien dat hij het wel heel goed kan, nuanceert Arjen het gelukkig even voor het dappere fietsertje. ‘Luister maar niet naar hem hoor, hij kan het ook pas twee dagen.’

Wel fijn hoor, in ieder geval een zoon die zich goed kan inleven in een ander.


(O ja, het derde doel is inmiddels ook bereikt, Yfke was begin juli zindelijk…wat moet ik nou doen de rest van het jaar?!)

donderdag 16 mei 2013

Eigen schuld, dikke boete...


Voorafgaand aan deze blog die verder vol zal staan met verwensingen richting het landelijk korps politie, zal ik eerst eenmalig vermelden dat ik zelf in de fout gegaan ben en dat de agent in kwestie gelijk had, maar desalniettemin, ben ik nog steeds verontwaardigd over het feit dat ik een kleine 3 uur geleden op een smerige wijze op de bon geslingerd ben door onze ‘beste vriend / oom agent.’

Nu kan ik natuurlijk zeggen dat mijn vergrijp een eenmalig verschijnsel was en ik denk dat ik dan ook niet ver naast de waarheid zit, maar het praat mijn gedrag op de openbare weg niet goed. Maar goed, wat is er voorgevallen?

Na een lange en vermoeiende dag werken, was het enige wat ik vandaag eigenlijk wilde, zo snel en zo droog mogelijk thuis komen. De optie ‘droog’ viel al letterlijk in het water, want de regen stroomde en bleef maar stromen. Dus resteerde mij alleen de optie ‘snel’ nog en koos ik, vandaag geheel tegen mijn gewoonte in, om in plaats van over de Lingebrug te fietsen, de kortere route door de stad te nemen. Eigenlijk vermijd ik de stad het liefst, omdat je dan halverwege moet gaan lopen door de winkelstraat of in ieder geval om moet fietsen en daar heb ik nooit zin in, dus voert de weg huiswaarts meestal rondom het centrum van Gorinchem.

Vandaag besloot ik mede dankzij de natte weersomstandigheden om de kortste route te nemen, dwars door de stad en voor 1 keer, fietste ik in het voetgangersgebied, omdat ik vond dat het best kon. Er was vrijwel niemand te zien, dus even doortrappen en je bent er weer uit. Hoopte ik...

Deze gedachte werd na 100 meter vrijwel direct afgestraft, verscholen onder het afdak van de snackcorner van de HEMA (lekker droog) stonden ze met zijn drieën. Eerst hoopte ik dat ze daar gewoon een kopje koffie stonden te drinken, maar nee hoor, ze waren doelbewust bekeuringen aan het uitdelen op deze natte middag. Twee dames en hun mannelijke collega. Door mijn beslagen en bespetterde bril zag ik ze gewoon te laat om nog af te stappen. De ‘hij’versie zag mij als zijn slachtoffer, stapte onder zijn afdakje vandaan, breeduit de straat op en ging mij, daar wijdbeens staand, aanhouden.

‘Ja ik kan nu wel snel afstappen, maar ik ben erbij,’ was mijn eerste reactie, in de hoop dat hij mij met een waarschuwing zou wegsturen. Hij was echter niet in de stemming voor mijn grapjes en antwoordde gelijk: ‘mevrouw, u krijgt een bekeuring.’ ‘Dat snap ik,’ was mijn nuchtere reactie.

Met fiets en al werd ik onder het afdak gesommeerd en daar ging de blauwe beboeter mijn gegevens staan noteren. ‘Overigens wel een beetje laf om op een dag als vandaag in de stad te gaan staan om argeloze fietsers te bekeuren, omdat jullie weten dat er meer mensen zullen zijn die door zullen fietsen in plaats van afstappen. Succes verzekerd. Zeker de staatskas extra spekken, het begrotingstekort bijwerken?’ Dit zei ik niet, dit dacht ik alleen maar, zo assertief ben ik dan ook weer niet.

Nadat de diender in kwestie mijn BSN had genoteerd en mij de hoogte van de boete (60 euro!!!) had meegedeeld, vroeg hij ook nog of ie uit moest leggen waarom ik de boete kreeg…

‘Nee, natuurlijk hoeft hij die niet uit te leggen, dat weet ik zelf ook heus wel, maar om mij nou gelijk op de bon te slingeren, daar maak je geen vrienden mee. Ik geef mijn leerlingen toch ook niet gelijk de eerste keer dat ze hun huiswerk niet maken een blokweek?!’ Wederom waren dit mijn gedachten en niet mijn uitspraken. Ik heb de man vriendelijk toegelachen en heb gezegd dat het inderdaad niet nodig was. Al lopend ben ik vervolgens de stad uitgegaan. Brave burger die ik diep van binnen gewoon ben.

GRRR. 60 euro. Ik hoop dat ze zich met zijn drieën erg voldaan en nuttig hebben gevoeld vandaag. Ga een misdaad oplossen of boeven vangen of iets anders van groot belang voor de samenleving doen, in plaats van een  hardwerkende, nietsvermoedende, niemand kwaad doende, docente geschiedenis en staatsinrichting/ moeder lastig te vallen! Pff, de politie is je beste vriend, er moet meer blauw op straat, geef ze dan wel een nuttige bezigheid, want deze drie waren werk aan het zoeken!

Zo dat lucht op…

dinsdag 14 mei 2013

Dokters horen mannen te zijn...


Al in een eerder relaas moest ik vermelden dat ik eigenlijk uit de ouderlijke macht gezet moet worden. Afgelopen maandag moest ik wederom constateren dat de samenleving dit serieus moet overwegen. Alhoewel…

Wat was het geval; Onze rust werd in alle vroegte wreed verstoord door een kreet van onze tweede zoon. Aangezien er bij ons wel vaker dergelijke indianenkreten geslaakt worden, sta ik dus niet onmiddellijk naast mijn heerlijk warme bedje. In plaats daarvan stuur ik zoon nummer 1 met zijn al net zo klaarwakkere zusje om te gaan kijken wat er bij Christoph aan de hand is. Niet al te subtiel doet Arjen de deur open en vraagt: “Wat is er Chris?” En Yfke die als een soort van echo alles herhaalt: “Isser Tis?”

Maar Christoph heeft blijkbaar echt pijn en komt al huilend en  billenschuivend onze slaapkamer binnen. In zijn pyjama is hij net een blauwe flamingo, met een been recht en het andere opgetrokken. Door zijn tranen heen vertelt hij wat er is, maar ik versta er helemaal niets van.  Hij grijpt naar zijn been en ik maak daar uit op dat hij daar hinder van ondervindt. Arjen denkt met mij mee en concludeert: “Hij heeft vast groeipijn, dat heb ik ook wel eens.” Of hij heeft kramp, dat kan natuurlijk ook. Uit mijn verleden als EHBO-er weet ik dat je de patient gerust moet stellen en moet aanmoedigen om het zere been te ontspannen en recht te houden. En dus vertel ik Christoph dat ie even zijn been moet bewegen. ‘Dan is het zo weer over.’ Maar wat ik ook probeer, Christoph weigert zijn been te strekken. Het huilen is ondertussen gestopt, want hij heeft ontdekt dat als ie in de flamingostand blijft zitten, hij er niets van voelt. Ik heb, na enig voelen in de knieholte geconstateerd dat er een spier behoorlijk strak staat en volgens mij is het een kwestie van even door de zure appel heen bijten, been strekken en over, maar goed, dat krijg ik Chrisje niet aan zijn verstand gepeuterd.

Ondertussen baal ik behoorlijk, want ik zie mijn hele dagprogramma in de war gestuurd worden door de flamingo-man. Dit is de eerste dag na de meivakantie en ik was van plan heel wat te gaan doen. Nu moet ik dus met Christoph naar de dokter, want hij weigert consequent om ook maar iets te doen. Allerlei trucjes ten spijt, hij strekt het been niet. Harde moeder als ik ben dreig ik dat de dokter ook aan zijn been zal zitten en dat het dan ook pijn gaat doen, maar het interesseert hem niet, hij wil naar de dokter. Om 8.30 kan ik terecht, Frank heeft al geheel vrijwillig zichzelf in het regenpak gehesen en de fiets gepakt, zodat ik zonen en dochter in de auto zet en Arjen snel met traktatie en al aflever op school om snel weer naar de huisarts te rijden. (Eigenlijk ook heel sneu voor Arjen, mag ie op school trakteren, gaat heel het effect verloren omdat ik snel door moet met zijn broer, alle aandacht is verlegd naar de blauwe flamingo.)

Onze huisarts is vandaag niet aanwezig en wordt vervangen door een hele vriendelijke vrouw, ook zij probeert aan Chris’ zijn been te voelen en hij houdt zich kranig, maar je kan zien dat het nog steeds zeer doet. De arts concludeert hetzelfde als wat ik met mijn beperkte kennis al had bedacht, het spiertje zit vast, hij moet eigenlijk gewoon even doorstrekken. ‘Tja’ zegt ze, ‘ik heb twee opties, doorsturen naar het ziekenhuis voor foto’s en de orthopeed even laten kijken of twee paracetamolletjes geven en kijken of de pijn zakt en hij vanzelf in zijn spel het been weer gaat gebruiken.’ Ik kies voor optie 2, want ook nog naar het ziekenhuis, daar heb ik helemaal geen zin in. ‘Als hij nou rond de middag nog niet zijn been strekt, dan laten we voor de zekerheid de orthopeed er ook even naar kijken,’ zegt de huisarts, ‘bel dan nog even terug en dan laat ik ze in het ziekenhuis weten dat je eraan komt.’

Ik dus naar de apotheek om nieuwe sinaspril te halen, want ik wist uit recente ervaring dat die op waren en vervolgens door naar de mama van Arjens vriendje. (Ik had afgesproken om daar even het kinderfeestje van de beide heren voor komende zaterdag door te nemen). Daar aangekomen vertikt Christoph het om de sinaspril te slikken, we proberen de smelttabletten van Corne, maar het is een klein drama. Uiteindelijk is het ding naar binnen, maar er gebeurt niets. We lokken hem met de snoeppot, proberen het met een spelletje, thuis zet ik hem achter de WII (normaal staat hij voor het scherm te springen), maar niets werkt, we naderen 11.30 en ik bel de huisarts maar weer. ‘Het gaat niet goed met Christoph,’ is haar conclusie, ‘kinderen van die leeftijd stellen zich niet aan.’ Ik heb hier inmiddels mijn twijfels bij, want meneer Rousse heeft de grootste praatjes en kan met zijn been gebogen van alles en nog wat ondernemen. ‘Je kunt om 13.15 in het ziekenhuis terecht, lukt dat?’ Jahoor dat lukt wel…en weer moet ik Arjen snel bij Corne afzetten en Yfke bij tante Esther om met mijn hypochonder naar het ziekenhuis te gaan.

Hij vindt het helemaal geweldig, vooral de rit in de rolstoel waar ik hem heb ingezet, want om nou met hem het hele ziekenhuis door te sjouwen, (het wordt verbouwd, er zijn allerlei omleidingen) daar bedankt ik vriendelijk voor. Eerst naar de orthopeed, de assistente stuurt ons gelijk door naar de röntgen en Christoph zit ondertussen omgedraaid in de rolstoel te genieten van een appeltje dat hij in de wachtkamer bij de röntgen heeft gescoord.

‘Wat ben jij een stoer jongetje,’ zegt de mevrouw van de foto, ‘jij kan goed stil liggen’. ‘Kun je je been ook iets rechter maken, dan kan ik een betere foto maken?’ En jahoor, dat kan hij wel. Ik kijk met verbazing toe hoe het beentje vanuit de flamingostand langzaam verandert in een slechts lichte kniebuiging. Ik voel hem al aankomen, ik ben hier voor niets en sta zometeen waarschijnlijk voor schut als overbezorgde moeder in de spreekkamer van die orthopeed.

Met zijn appeltje in de hand vervolgen we de route nu in omgedraaide volgorde terug van de röntgen naar de afdeling orthopedie en we mogen vrijwel gelijk door lopen. (ik loop, Chris rijdt). In de spreekkamer krijgt Chris een hand van de dokter: ‘Hallo, ik ben dokter Raymond en wie ben jij?’ ‘Ik ben Christoph,’ antwoordt mijn mankepootje. ‘Dus jij hebt pijn aan je been? Kun je me laten zien welk been?’ Jahoor dat kan ie wel en wijst naar de knieholte van zijn linkerbeen. ‘Dus daar doet het pijn, kun je op deze tafel klimmen?’ Ik verwacht een ‘nee’ te horen, maar niets daarvan, meneer stapt min of meer uit de rolstoel en zit in een mum van tijd op het bed. Ik voel langzaam het bloed naar mijn hoofd stijgen en volg met spanning het ‘onderzoek’ van dokter Raymond. Die doet eerst allerlei bewegingen met het goede beentje en vervolgens vraagt hij: ‘en wat kan jouw zere beentje niet?’ En hupsakee, daar gebeurt wat ik al zag aankomen. ‘Dit kan ik niet,’ zegt Chris en hij strekt het linkerbeen volledig om het even te illustreren.

Dat probeer ik hem nou verdorie al de hele dag te laten doen en nu doet ie het gewoon. Ik voel mij behoorlijk staan met mijn ‘patientje’. Dokter Raymond probeert mijn gêne nog een beetje te verminderen door te zeggen, dat hij vanmorgen waarschijnlijk wel echt pijn heeft gehad en daarom niet meer durfde te strekken, omdat hij de gebogen houding als prettig heeft ervaren. Waarschijnlijk is bij het min of meer strekken op de röntgenafdeling het spiertje goed geschoten en het probleem vanzelf opgelost.

Voor de zekerheid bekijkt hij de foto’s nog even, maar er is uiteraard niets op te zien. Ik hijs Christoph weer in zijn broek. Chris wil weer plaats nemen in de rolstoel, maar ik vind het wel welletjes: ‘jouw been is weer goed, we gaan gewoon lopen.’ Dat is nou even jammer, dat vond ie wel mooi in die rolstoel.

In de auto nemen we het ziekenhuisbezoek nog even door: ‘Fijn hoor dat jouw been nou weer goed is, dit was wel een hele goeie dokter.’ ‘Ja,’ antwoord het ventje, ‘deze dokter was een man.’ Dus dat is het, omdat deze dokter een man was is hij genezen. Dat zegt wel iets over de mate waarin mijn zoon geëmancipeerd is. Bij deze mijn excuses aan alle vrouwelijke artsen van Nederland.

vrijdag 26 april 2013

Boter I-X-D-T-E


Afgelopen vorige week mochten collega Jantine en ik meedoen aan de selectiedagen van het ooit kamervragen-over-gestelde- nationale TV-spelletje, waar toenmalig minister-president Balkenende voor in de bres sprong, LINGO. Ooit in een maffe bui, meer dan anderhalf jaar geleden hebben wij ons eens opgegeven, gewoon omdat het op dat moment grappig was. Destijds hebben we weken op wacht gezeten bij de brievenbus uitkijkend naar een reactie, maar er kwam niets. Tot een paar weken terug, we werden vriendelijk verzocht op zaterdag 20 april naar Hilversum te komen voor een toelatingstest.

Onder het motto ‘wie A zegt moet ook B zeggen’ hebben wij braaf alle aanmeldingsformulieren ingevuld. Met daarop echt de meest vreemde vragen: noem een top 5 aan gerechten die jij goed kunt klaarmaken, heb je huisdieren, zo ja wat? Kortom we hebben ons volledige doopceel moeten lichten, maar goed, Lucille moet toch ergens met ons over kunnen praten. Bij de vraag over het leukste/gekste wat we ooit samen hebben meegemaakt, hebben we de kaasplank van collega’s Piet en Jan ingevuld, zonder enige toelichting, dus geheid dat Lucille daar naar gaat vragen. Ondertussen zij we ook onze collega’s aan het trainen, want die willen allemaal mee en moeten vanaf de tribune keihard ‘groen’ loeien.

Hoe dan ook, om een beetje voorbereid te zijn kijken we hier tegenwoordig iets vaker naar Lingo dan normaal en soms zelfs via uitzending gemist. Arjen en ik houden braaf een lijst met woordjes bij en oefenen samen voor de TV. Hij vindt het wel stoer, zijn mama bij Lingo. Dat bijhouden van die lijst met woordjes was ik overigens gauw zat. Dat moet toch makkelijker kunnen. En ja hoor, dat kan ook makkelijker, als je bij google intikt ‘lingowoorden’ resulteert dat in een enorme waslijst met woorden van 5, 6 , 7 en 8 letters en die kun je dan eventueel uit je hoofd stampen. Of niet…en dat laatste hebben wij gedaan, redelijk onvoorbereid brak 20 april aan.

Van zenuwen is geen enkele sprake, het is meer een gevoel van ‘leuk/we zien wel’, we zijn tenslotte twee redelijk taalvaardige dames…’hoe moeilijk kan het zijn/ thuis weten we de woorden altijd,’ u ziet vol zelfvertrouwen togen wij richting Hilversum.

Voorafgaand aan het Lingo avontuur, tijdens het middageten is Frank ondertussen ook in de Lingo-sfeer gekomen en is bezig met zijn welbekende flauwe grapjes. Samen met Arjen is hij alle woorden aan het spellen: ‘Mag ik de pindakaas? P-I-N-D-A-K-A-A-S.’ of ‘geef het melkpak een aan. M-E-L-K-P-A-K’.  Arjen doet ook gelijk een duit in het zakje: ‘mag ik de vis? V-I-S (staat niet eens op tafel, maar dat woord kent hij goed) en Mijn beker is leeg, B-E-E-K-E-R’ (hij zit in groep 3, hij kent die regel nog niet). Per slot van rekening moeten we mama wel steunen, er is weleens 8000 euro aan prijzengeld weggeven, vooral dat deel vindt Frank aantrekkelijk. En zo gaan de mannen voort met het spellen van alles wat ze in de kamer zien, enkel en alleen ter ondersteuning van mama.

Na enkele minuten heeft ook Christoph door waar zijn vader en broer mee bezig zijn en hij gaat ook meedoen. Hij heeft het eens even aangehoord en denkt waarschijnlijk dat hij het principe ook wel snapt en dus horen wij opeens het volgende: ‘mama, mag ik de boter? I-X-D-T-E. Heel triomfantelijk kijkt hij rond, zo dat heeft ie toch maar even mooi gezegd. Frank en ik schieten in de lach en daar wordt Chris dan weer boos om. ‘Waarom lachen jullie om mij?’ ‘Omdat jij het niet goed doet, zegt Arjen, het is B-O-O-T-E-R, toch mama.’

Ja, bijna, hoe dan ook, het is denk ik maar goed dat ik naar LINGO ga en niet mijn zonen, dan kan hun vader die enorme prijzenpot sowieso wel vergeten…

Maar dat voorbereiden, dat had geen kwaad gekund, die test was best pittig. Maar goed, we zijn door en we hebben de hele zomer om te trainen, Lucille en JP gaan eerst op vakantie en wij gaan maar woorden stampen, met de hulp die ik thuis krijg moet dat toch geen enkel probleem zijn.